Subsidievoorwaarden
Subsidieaanvragen kunnen enkel worden ingediend door vzw’s (verenigingen zonder winstoogmerk). Aanvragen van verenigingen die al een werkingssubsidie ontvangen van de Vlaamse overheid komen in principe niet in aanmerking. Zij kunnen de projecten die ze wensen uit te voeren voor deze kansengroepen integreren in hun werking. Op deze algemene regel zijn twee uitzonderingen:
- projecten met als doelgroep gedetineerden
- “uitzonderlijke” projecten. Het uitzonderlijke karakter moet door de aanvrager worden gemotiveerd door de buitengewone participatieve eigenschappen en de sectoroverschrijdende impact van het dossier aan te geven. De bewijslast heeft zowel betrekking op de indiener(s), de methode(n) en de doelgroep(en).
Een project moet, via een vernieuwend concept, kansengroepen leiden naar culturele, jeugdwerk- of sportieve activiteiten, of moet uitgaan van een kansengroep. Projecten voor of door volgende kansengroepen komen in aanmerking:
- personen met een handicap
- gedetineerden
- personen in armoede
- personen met een diverse etnisch-culturele achtergrond (volgens de regelgeving: mensen met een sociaal-culturele herkomst uit een niet-Benelux-land)
- gezinnen met kinderen (het gaat hier om projecten die gezinsgebonden participatie stimuleren voor gezinnen met in hoofdzaak kinderen jonger dan 18 jaar)
Het Participatiedecreet is een flankerend decreet en vult de sectorale decreten in het beleidsdomein cultuur, jeugd en sport aan. Projecten die in aanmerking komen voor de subsidiëring via een decreet van deze domeinen komen in principe niet in aanmerking voor subsidie op basis van deze regelgeving.
De projecten zullen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria:
- de mate waarin het project inspeelt op en tegemoetkomt aan de eigenheid van de kansengroep of vertrekt vanuit de kansengroep
- de mate waarin het project een voorbeeld- of voortrekkersfunctie heeft voor de Vlaamse cultuur-, jeugdwerk- of sportpraktijk op het vlak van de methode, de communicatie, de netwerkvorming of de manier om de kansengroep te bereiken
- de mate waarin het project in aanmerking kan komen voor subsidiëring via een decreet dat betrekking heeft op aangelegenheden binnen het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media, met uitzondering van dit decreet
- de mate waarin het project interculturaliteit beoogt
- de mate waarin het project expliciete aandacht besteedt aan ouderen
Voor participatieprojecten zijn er twee indiendata:
- uiterlijk op 15 februari voor projecten die van start gaan vanaf 1 juli van hetzelfde jaar
- uiterlijk op 15 september voor projecten die starten in het volgende kalenderjaar
- uitzondering: langdurige projecten (projecten met een looptijd langer dan 1 jaar): uiterlijk op 15 september
Meer info in de rubriek in te dienen
De projecten worden beoordeeld door een beoordelingscommissie. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie formuleert het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen een ontwerp van beslissing en legt dat voor aan de minister voor 1 mei (voor projecten ingediend voor 15 februari) of voor 30 november (voor projecten ingediend voor 15 september). De minister beslist over de toekenning van de subsidies uiterlijk op 1 juni of 31 december.
Indien de subsidieaanvraag wordt goedgekeurd, wordt de subsidie per kalenderjaar uitbetaald als volgt:
- een voorschot van 80% wordt uitbetaald na de ondertekening van het besluit waarin de subsidie wordt toegekend
- een saldo van 20% wordt uitbetaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd, nageleefd werden, en dat de subsidie aangewend werd voor de doeleinden waarvoor ze werd verleend. Dat moet blijken uit het financieel en werkingsverslag.
De aanvrager stuurt uiterlijk twee maanden na afloop van het project een financieel verslag en een werkingsverslag naar het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen.
Als de nettokosten (de aangetoonde kosten) verminderd met de uit de realisatie van het project of het evenement voortvloeiende inkomsten, minder bedragen dan de ontvangen subsidie, wordt het verschil teruggevorderd. Enkel kosten die gemaakt zijn in de looptijd van het project en na de toekenning van het subsidiebedrag komen in aanmerking.
Bij een project van langer dan een jaar wordt het project in de subsidieaanvraag opgedeeld per kalenderjaar en wordt een raming van de inkomsten en uitgaven per kalenderjaar gegeven.
Om de commissie in staat te stellen te oordelen over de voortzetting van het project, bezorgt de aanvrager van elk project dat voor verschillende jaren principieel werd goedgekeurd, uiterlijk op 1 augustus van elk jaar een financieel en werkingsverslag over de voorbije twaalf maanden of vanaf de start van het project als die periode minder dan twaalf maanden bedraagt.
Daarnaast legt de projectuitvoerder op hetzelfde moment een planning en begroting ter goedkeuring voor van de activiteiten tijdens de komende twaalf maanden of tot het einde van het project. Eventuele bijsturingen in de loop van het project of afwijkingen ten opzichte van het oorspronkelijke aanvraagdossier moeten grondig gemotiveerd worden.