Sociaal-cultureel volwassenenwerk Amateurkunsten Lokaal Cultuurbeleid Participatiebeleid
In de kijker Leesbevordering Verenigingen met een specifieke opdracht Vereniging gedetineerden Bibliotheekwerking gedetineerden Participatieprojecten kansengroepen Lokale netwerken personen in armoede Laagdrempelige educatie voor kansengroepen Hobbyverenigingen Aanbod kansengroepen in gemeenschapscentra Bijzonder cultuuraanbod - Podium
Circus in Vlaanderen Vlaamse Gebarentaal Internationaal Tewerkstelling Beleidsdocumenten Begroting
Onderzoek
Medailles en Nationale Orden Publicaties

Subsidievoorwaarden



Wie kan een subsidieaanvraag indienen?

Een subsidieaanvraag voor de creatie van een plaatselijk en structureel samenwerkingsverband voor het wegwerken van participatiedrempels voor personen in armoede, kan worden ingediend door:
  • een gemeente in het Nederlandse taalgebied
  • een samenwerkingsverband van gemeenten in het Nederlandse taalgebied
  • de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC)
Om een geldige aanvraag te doen, moet men aantonen dat minstens de volgende partners actief zijn in het lokale netwerk:
  • de gemeentelijke dienst(en) bevoegd voor vrije tijd (jeugddienst, sportdienst, cultuurdienst…)
  • het OCMW
  • de verenigingen van personen in armoede organisaties die actief zijn in de gemeente. Als in de gemeente geen vereniging van personen in armoede actief is, worden andere relevante lokale organisaties die in hun werking onder meer personen in armoede als doelgroep hebben, verplicht betrokken bij het lokaal netwerk

Uitzondering voor de VGC

De Vlaamse Gemeenschapscommissie moet afspraken maken met:
  • de eigen diensten, bevoegd voor de vrije tijd
  • de verenigingen van personen in armoede, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. Indien geen dergelijke vereniging van personen in armoede actief is, worden andere relevante lokale organisaties die in hun werking onder meer personen in armoede als doelgroep hebben, verplicht betrokken bij het lokaal netwerk.

Een samenwerkingsverband van gemeenten wordt behandeld als één dossier voor aanvraag, uitbetaling en verantwoording (volgens het decreet Intergemeentelijke Samenwerking van 6 juli 2001).

Waarvoor kan je subsidie aanvragen?

De subsidies moeten worden aangewend voor de uitvoering van een “afsprakennota”. Deze nota bevat informatie over de besteding van de subsidie:
  • de financiering van de deelname door personen in armoede aan vrijetijdsinitiatieven, -activiteiten en -verenigingen binnen en buiten de gemeente (lidgeld en noodzakelijke benodigdheden inbegrepen)
  • de ondersteuning en financiering van initiatieven van of voor personen in armoede op sportief, jeugdwerk- of cultureel vlak

Belangrijk voor Brussel

Deze middelen kunnen enkel worden aangewend voor aanvragen via verenigingen die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap.

Hoeveel bedraagt de subsidie per gemeente?

Het bedrag waarop elke gemeente recht heeft, wordt bepaald door een trekkingsrecht. Dit trekkingsrecht per gemeente wordt vastgesteld op basis van twee parameters:
  • 50% op basis van het aantal rechthebbenden op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming (als vermeld in artikel 37, § 1 en § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorgingen en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994)
  • 50% op basis van het aantal gerechtigden op maatschappelijke integratie (als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie)

De verdeelsleutel wordt vastgesteld op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van de trekkingsrechten en geldt tot het eerste jaar van de volgende bestuursperiode:

De Vlaamse Regering stelt tijdens het laatste jaar van de legislatuur van de gemeente de trekkingsrechten vast waarop een gemeente aanspraak kan maken. Het trekkingsrecht van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bedraagt minstens 6% van het totale bedrag dat de Vlaamse overheid investeert in deze maatregel.

De regelgeving stelt uitdrukkelijk dat elk netwerk moet steunen op een model van cofinanciering: de subsidie van de Vlaamse overheid verplicht de gemeente en/of het OCMW ook tot een eigen inbreng.

Wat houdt cofinanciering in?

Het is de bedoeling om lokale afstemming en wederzijdse bevruchting te stimuleren over de initiatieven en de middelen die worden ingezet voor mensen in armoede. Daarom wordt aan de gemeenten gevraagd een bedrag in te brengen dat minstens het dubbele is van de jaarlijkse subsidie van de Vlaamse overheid.

Voor de VGC is de inbreng beperkt tot een bedrag dat gelijk is aan de jaarlijkse subsidie van de Vlaamse overheid.

Indien subsidies van andere overheden in dit verband grondig wijzigen, kan de Vlaamse Regering – op verzoek van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten vzw (VVSG), de VGC of de minister beslissen om de financiële inbreng van de gemeenten of de VGC te wijzigen.

Hoe een subsidieaanvraag indienen?

Een aanvraag moet je indienen uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de subsidiëring. De aanvraag geldt tot en met het eerste jaar van de volgende bestuursperiode.

De subsidieaanvraag bevat een afsprakennota. Meer informatie over de inhoud van de subsidieaanvraag in de rubriek Lokale netwerken personen in armoede > In te dienen

Welke procedure doorloopt een aanvraagdossier?

Een aanvraag kan jaarlijks uiterlijk op 1 oktober worden ingediend en geldt voor de rest van de beleidsperiode. De minister beslist voor 31 december over de subsidiëring van de gemeente of de VGC.

Hoe verloopt de uitbetaling van de subsidie?

Als de afsprakennota wordt aanvaard door de minister, dan gebeurt de uitbetaling als volgt:
  • een voorschot van 80% wordt uitbetaald per kalenderjaar binnen de gesubsidieerde periode; dit voorschot bedraagt 80% van het toegekende trekkingsrecht.
  • een saldo van 20% na controle door het agentschap of de subsidie correct werd besteed

Wat houdt de klachtenprocedure in?

Alle verplichte partners en elke betrokkene bij de "afsprakennota vrijetijdsparticipatie" kunnen een klacht indienen tegen opmaak of uitvoering van de afsprakennota bij het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen.

De klacht moet worden ingediend uiterlijk twee maanden nadat de afsprakennota of verantwoordingsnota is ingediend en is maar behandelbaar als die wordt vergezeld van een advies van een relevante lokale adviesraad. Het agentschap bezorgt binnen zeven werkdagen een ontvangstmelding, zowel aan de indiener als aan de betrokken besturen en de lokale adviesraad die over de klacht een advies heeft gegeven.

Deze klacht wordt ingediend met het oog op bemiddeling. Het agentschap vraagt het standpunt van het college van de betrokken besturen en kan, op verzoek van een van de betrokken partijen, bemiddelen. Als het agentschap de bemiddeling stopzet, spreekt de minister zich binnen een termijn van zestig dagen uit over de klacht en het al dan niet toekennen of terugvorderen van subsidies.

De minister deelt de beslissing mee aan de betrokken colleges en adviesraden en aan de indiener van de klacht.