Subsidievoorwaarden
De Vlaamse overheid subsidieert voor een periode van vijf jaar maximaal zes verenigingen met een landelijke werking voor de ondersteuning van vormingsinitiatieven. Onder die verenigingen bevinden zich:
- minstens twee sociaal-culturele verenigingen
- minstens één sportvereniging
- minstens één vereniging voor blinden en slechtzienden
- minstens één vereniging die het wegwerken van laaggeletterdheid als doelstelling heeft
De aangeboden vormingsinitiatieven zijn laagdrempelig en gericht op praktische vaardigheden. De inhoud kan wel verschillen per categorie van aanbieder.
- voor de sociaal-culturele verenigingen: laagdrempelige, op praktische vaardigheden gerichte vormingsinitiatieven
- voor de sportvereniging: laagdrempelige, op praktische vaardigheden gerichte vormingsinitiatieven in sportgerelateerde bewegingsvormen
- voor de vereniging voor blinden en slechtzienden: vormingsinitiatieven, gericht op het aanleren en trainen van praktische vaardigheden en het gebruiken van aangepaste technische hulpmiddelen
- voor de vereniging die het wegwerken van laaggeletterdheid als doelstelling heeft: initiatieven die via begeleiding van leesgroepen en voorleesprojecten het leesklimaat en de leescultuur van kansengroepen bevorderen
De verenigingen besteden minstens 75% van het subsidiebedrag aan de geselecteerde vormingsinitiatieven.
De verenigingen moeten bij de subsidieaanvraag op basis van twee jaar werking aantonen dat ze een divers en op praktische vaardigheden gericht aanbod op een laagdrempelige en kwaliteitsvolle manier kunnen waarborgen.
Voor het aanbod van de sociaal-culturele verenigingen is bepaald dat een vormingsactiviteit een duurtijd heeft van:
- minimaal 3 en maximaal 15 uur als het een activiteit betreft voor een lokale initiatiefnemer uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk, het jeugdwerk of de sportsector
- minimaal 3 en maximaal 30 uur als het een activiteit betreft voor een lokale initiatiefnemer die zich richt tot een bepaalde kansengroep (laaggeschoolden, personen in armoede, personen met een handicap of personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond)
Van de totale hoeveelheid gepresteerde uren van de sociaal-culturele verenigingen wordt minstens een derde besteed aan vormingsinitiatieven voor kansengroepen.
De vorminginitiatieven in de andere categorieën (sport, blinden en slechtzienden, laaggeletterdheid) kunnen enkel worden aangeboden aan lokale initiatiefnemers die zich richten tot kansengroepen (laaggeschoolden, personen in armoede, personen met een handicap of personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond). De duurtijd van deze vormingsinitiatieven zullen in een overeenkomst met de Vlaamse overheid worden vastgelegd.
Aanvragen worden bij het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen ingediend. Dit gebeurt uiterlijk op 1 september van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
Aangezien er maximaal zes verenigingen worden gesubsidieerd, kan een aanvraag enkel worden ingediend zolang dat aantal niet is bereikt (rekening houdend met de onderverdeling sociaal-cultureel werk, sport, blinden en slechtzienden, laaggeletterdheid) of in het jaar dat een vijfjarige overeenkomst afloopt.
Meer info vind je in de rubriek Laagdrempelige educatie voor kansengroepen > In te dienen
Het agentschap gaat na of de vereniging in aanmerking komt voor subsidiëring en formuleert een ontwerp van beslissing. Dit ontwerp wordt uiterlijk op 30 september aan de minister bezorgd. Daarvoor worden uit de visienota de vormingsactiviteiten geselecteerd die in aanmerking komen voor subsidies. De minister beslist over de toekenning van de subsidies uiterlijk op 31 oktober.
De subsidies worden verstrekt per kalenderjaar. De verenigingen ontvangen per kwartaal een voorschot van 22,5% van het voor dat jaar toe te kennen subsidiebedrag. Het overgebleven saldo wordt uitbetaald voor 1 juli van het volgende jaar. Het agentschap zal nagaan of een verkregen subsidie correct werd gebruikt. Dit gebeurt aan de hand van een financieel verslag en een werkingsverslag.
Dit gebeurt nadat het agentschap heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd nageleefd werden. Er wordt ook gecontroleerd of de subsidie aangewend werd voor de doeleinden waarvoor ze werd verleend.
Bij de berekening van het saldo wordt rekening gehouden met de uitgekeerde voorschotten. Als de uitgekeerde voorschotten hoger zijn dan de subsidie, wordt het verschil in mindering gebracht op de voorschotten van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.
De aanbieders worden gesubsidieerd op basis van een bedrag van € 30 euro per uur vormingsactiviteit. Daarvan wordt maximaal één vierde besteed aan overheadkosten.