Vaak gestelde vragen
Uit het decreet van 5 mei 2006 houdende de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal, artikel 2:
“De Vlaamse Gebarentaal, afgekort VGT, is de visueel-gestuele natuurlijke taal die gebruikt wordt door dove mensen en Vlaamse Gebarentaalgebruikers in de Vlaamse Gemeenschap en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Dove mensen behoren tot de linguïstisch-culturele minderheidsgroep waarvoor de Vlaamse Gebarentaal een identificerende rol speelt.
De Vlaamse Gebarentaal wordt hierbij erkend.”
Vlaamse Gebarentaal is met andere woorden een natuurlijke taal met een eigen ‘gebarenschat’ (woordenschat) en een eigen grammatica.
Toelichting Erkenning Vlaamse Gebarentaal (PDF) beschrijft wat Vlaamse Gebarentaal is.
De erkenning van de Vlaamse Gebarentaal stond al langer op de politieke agenda. Op 21 april 2005 was er een hoorzitting in de Commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement naar aanleiding van een verzoekschrift met de eis om de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal.
Het verzoekschrift werd ingediend door mevrouw Maartje De Meulder en werd ondersteund door een petitieactie van het Doof Actie Front die door 71 330 mensen ondertekend werd.
Het verzoekschrift bevat onder meer informatie over wat Vlaamse Gebarentaal is, een historische schets van Gebarentalen op de Europese politieke agenda en een uitgebreide bibliografie over de Vlaamse dovengemeenschap en Vlaamse Gebarentaal. Het bevat ook een mooi overzicht van de historiek achter de erkenning van gebarentalen in Europa en België, en van VGT in het decreet in het bijzonder.
De Vlaamse overheid voorziet jaarlijks ongeveer € 37 000 voor de projecten ter bevordering van de maatschappelijke verankering van de Vlaamse Gebarentaal.
In de loop van november verschijnt een oproep voor projecten die in het volgende jaar van start kunnen gaan. Op advies van de Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal bepaalt de minister bevoegd voor Cultuur een specifiek thema waarop de projecten moeten inspelen. De projecten moeten ingediend worden tegen 1 februari. De adviescommissie adviseert de minister over de ingediende projecten.
Ten laatste op 15 maart neemt de minister een beslissing. Deze beslissing wordt voorgelegd aan de Inspectie van Financiën. Van zodra de hele procedure afgewerkt is, krijgen alle vzw’s die een project hebben ingediend een brief met de beslissing van de minister.