Vlaamse Gebarentaal
Algemeen
Het decreet Vlaamse Gebarentaal erkent Vlaamse Gebarentaal als “de visueel-gestuele natuurlijke taal die gebruikt wordt door dove mensen en Vlaamse Gebarentaalgebruikers in de Vlaamse Gemeenschap en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Dove mensen behoren tot de linguïstisch-culturele minderheidsgroep waarvoor de Vlaamse Gebarentaal een identificerende rol speelt.”
Het decreet bevat volgende elementen:
- oprichting en werking van adviescommissie Vlaamse Gebarentaal
- erkenning en subsidiëring van een kennis- en informatiecentrum Vlaamse Gebarentaal
- jaarlijkse oproep voor projecten Vlaamse Gebarentaal
VGT
De Vlaamse Gebarentaal (afgekort VGT) is de taal van de Vlaamse doven. Deze groeide spontaan binnen de gemeenschap en is dus geen kunstmatig ‘uitgevonden’ of ‘gemaakte’ taal.
De VGT is geen afgeleide van het gesproken Nederlands: het is geen Nederlands uitgedrukt door middel van gebaren. De VGT is een zelfstandige en volwaardige taal met een eigen lexicon (een ‘gebarenschat’) en een eigen grammatica.
Vlaanderen telt een 6 000-tal dove personen. De groep van slechthorend is talrijker: ongeveer 800 000 Vlamingen. Vooral personen die van bij de geboorte doof zijn, maken gebruik van VGT als communicatiemiddel. Ook hun ruime familie- en kennissenkring (werk, vrije tijd) is actief betrokken bij de erkenning van de VGT.