Subsidievoorwaarden
Na aanvaarding van het geïntegreerd gemeentelijk cultuurbeleidsplan kan de gemeente aanspraak maken op een enveloppensubsidie. Bepalend hiervoor is het inwonertal van de gemeente.
- € 50 000 voor gemeenten vanaf 10 000 inwoners
- € 50 000 voor samenwerkingsverbanden van gemeenten
- € 25 000 voor gemeenten met minder dan 10 000 inwoners
Deze subsidie moet worden aangewend voor personeelskosten of voor andere uitgaven van de gemeenten voor de uitvoering van het cultuurbeleidsplan, met uitzondering van uitgaven in het kader van de bibliotheek, het cultuurcentrum of gemeenschapscentrum en de ondersteuning van verenigingen met een minimum van € 0,80 per inwoner. Loonkosten van personen voor wie de gemeente al een subsidie ontvangt op basis van een andere regelgeving, zijn eveneens uitgesloten.
Een samenwerkingsverband van gemeenten kan voor het eerste subsidiejaar bovenop de voorziene € 50 000 aanspraak maken op een eenmalige aanvullende subsidie van € 10 000 als tegemoetkoming in de extra kosten die het gevolg zijn van het opzetten van een samenwerkingsverband tussen gemeenten.
Om in aanmerking te komen voor subsidie voor de uitvoering van het cultuurbeleidsplan moet de gemeente, het samenwerkingsverband van gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie beschikken over:
een cultuurbeleidscoördinator (A- of B-niveau)
een gemeenschapscentrum
een gesubsidieerde gemeentelijke openbare bibliotheek
een ondersteuning van minstens € 0,8 per inwoner voor sociaal-culturele verenigingen en verenigingen van amateurkunsten.
een akkoord om gegevens over het gemeentelijk cultuurbeleid ter beschikking te stellen in de door de Vlaamse overheid gevraagde vorm
een bij het agentschap ingediend geïntegreerd cultuurbeleidsplan
Een cultuurbeleidscoördinator (niveau A of B)
De cultuurbeleidscoördinator moet aan volgende voorwaarden voldoen:
- in dienst zijn op 1 januari van het jaar waarin de subsidie ingaat
- minimum ingeschaald op het gemiddelde niveau van het leidinggevende cultuurpersoneel (bibliothecaris, cultuurfunctionaris-directeur, erfgoedcoördinator…)
- bij inschaling op niveau B is bijkomende motivering vereist
- beschikken over een functiebeschrijving voor de cultuurbeleidscoördinator met zeker volgende elementen:
- de coördinatie van de verschillende aspecten van het gemeentelijk cultuurbeleid
- de begeleiding van de processen die verbonden zijn met de opmaak, de uitvoering en de evaluatie van het cultuurbeleidsplan
- de redactie van het cultuurbeleidsplan, het actieplan en het werkingsverslag
- werken in nauw overleg met de beleidsverantwoordelijken, het culturele werkveld en de beoogde doelgroepen
Met een grondige motivering kan de gemeente de cultuurbeleidscoördinator met de volgende aanvullende taken belasten:
- de dagelijkse leiding van het gemeenschapscentrum
- de leiding van de cultuurdienst
Een gemeenschapscentrum
Voor gemeenten met een gesubsidieerd cultuurcentrum vervalt deze voorwaarde.
Minimale infrastructuur gemeenschapscentrum:
- polyvalente zaal van minimaal 200 m²
- alternatief voor polyvalente zaal van minimaal 200 m²: schouwburg met minimaal 250 vaste of verankerbare zitplaatsen en een polyvalente zaal van minstens 100 m² voor andere dan schouwburgactiviteiten
- 1 of 2 tentoonstellingsruimten met een totale oppervlakte van ten minste 100 m²
- 3 lokalen voor cultureel gebruik
De gemeente moet voor 1 april van het jaar waarin ze een cultuurbeleidsplan wil indienen, aantonen dat ze aan deze infrastructuurvoorwaarden voldoet. Hiertoe dient ze een dossier in dat bestaat uit:
Bijkomende voorwaarden voor het gemeenschapscentrum:
- beheersorgaan van het gemeenschapscentrum: samenstelling volgens het cultuurpact
- gebruikersreglement toont aan dat infrastructuur ter beschikking staat van het ruime culturele veld in de gemeente
Voor Brusselse gemeenten kan de culturele infrastructuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in aanmerking worden genomen, op voorwaarde dat het gebruik ervan wordt geregeld in een overeenkomst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie met de gemeente. Wat het beheersorgaan betreft, gelden de bepalingen die hierover in het convenant tussen de Vlaamse overheid en de Vlaamse Gemeenschapscommissie werden opgenomen.
Een gesubsidieerde gemeentelijke openbare bibliotheek
De gemeente moet beschikken over een gesubsidieerde openbare bibliotheek zoals beschreven in het decreet Lokaal Cultuurbeleid.
Het agentschap zal deze voorwaarde automatisch onderzoeken.
Een ondersteuning van minstens € 0,8 per inwoner voor sociaal-culturele verenigingen en verenigingen van amateurkunsten
Aantonen op basis van subsidiereglementen voor sociaal-culturele verenigingen en verenigingen van amateurkunsten vergezeld van een uittreksel uit de begroting van het daaropvolgende kalenderjaar of via een evenwaardige ondersteuning in natura. Een combinatie van beiden is niet toegelaten.
Ondersteuning in natura?
- gunsttarief voor plaatselijke culturele organisaties bij gebruik van de culturele infrastructuur (cf. reglement of overeenkomst)
- infrastructuur voor jeugd of sport is geen culturele infrastructuur
- het verschil tussen het commerciële tarief en het gunsttarief vormt het voordeel in natura
- ook gunsttarieven voor culturele verenigingen bij de uitleendienst zijn een voordeel in natura
Deze voorwaarde is niet van toepassing op de Brusselse gemeenten
Een akkoord om gegevens over het gemeentelijk cultuurbeleid ter beschikking te stellen in de door de Vlaamse overheid gevraagde vorm
De gemeente moet verklaren akkoord te gaan om gegevens over het gemeentelijk cultuurbeleid ter beschikking te stellen in de door de Vlaamse overheid gevraagde vorm. Een verklaring ondertekend door burgemeester en gemeentesecretaris is voldoende.
Een bij de administratie ingediend geïntegreerd cultuurbeleidsplan
Dit geïntegreerd gemeentelijk cultuurbeleidsplan moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- ingediend voor 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de start van de subsidie
- vergezeld van een advies van de cultuurraad, beheersorgaan bibliotheek en beheersorgaan cultuurcentrum (indien van toepassing)
- vergezeld van een bewijs waaruit goedkeuring door gemeenteraad blijkt
Het cultuurbeleidsplan loopt tot 31 december van het eerste jaar van een volgende beleidsperiode in de gemeente.
Het beleidsplan moet de richtlijnen van het ministerieel besluit van 13 februari 2007 volgen.
Uitzondering voor Brussel: het beleidsplan moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC)
Belangrijk bij start aanvraag:
- een aanvraag indienen bij het agentschap voor 1 april
- aanvraag bevat een bewijs dat de gemeente aan de infrastructuurvoorwaarden voldoet (infrastructuurvereisten gemeenschapscentrum of een gesubsideerd cultuurcentrum)
Belangrijk om af te ronden vooraleer de subsidie start:
- aanstelling van een cultuurbeleidscoördinator
- het bewijs leveren van ondersteuning van het lokale sociaal-culturele veld (minimaal € 0,8 per inwoner)
- een akkoord bezorgen aan het agentschap om gegevens te verstrekken in de door de Vlaamse overheid gevraagde vorm
Het jaarlijkse actieplan (dat de jaarlijkse acties ter uitvoering van het cultuurbeleidsplan beschrijft en waarin de aanwending van de ééneurosubsidie aan bod moet komen), en het jaarlijkse werkingsverslag worden na advies van de cultuurraad, het beheersorgaan van de bibliotheek en desgevallend het beheersorgaan van het cultuurcentrum ter goedkeuring aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd. Ze moeten niet aan de administratie worden bezorgd, maar wel ter plaatse beschikbaar zijn
De enveloppensubsidie voor de uitvoering van het cultuurbeleidsplan wordt uitbetaald na ontvangst en nazicht van de jaarlijkse verantwoordingsnota door de administratie in de loop van het daaropvolgende kalenderjaar.