Subsidievoorwaarden
Hierbij een korte samenvatting van voorwaarden voor de subsidiëring van een cultuurcentrum binnen het decreet lokaal cultuurbeleid.
Enkel gemeenten kunnen een cultuurcentrum oprichten. Het decreet Lokaal Cultuurbeleid somt de rechthebbende gemeenten op in een lijst. De gemeenten in de lijst zijn in principe enkel gemeenten met een centrumfunctie (regionale uitstraling).
Een overzicht van cultuurcentra:
Een overzicht van gemeenten die nog een cultuurcentrum kunnen oprichten:
| Provincie |
Gemeente |
Kan een cc hebben in de categorie... |
| Antwerpen |
Hoogstraten |
C |
| Oost-Vlaanderen |
Deinze |
B |
| Oost-Vlaanderen |
Oudenaarde |
B |
| Oost-Vlaanderen |
Ronse |
B |
| Oost-Vlaanderen |
Zottegem |
C |
| Vlaams-Brabant |
Sint-Pieters-Leeuw |
C |
| Vlaams-Brabant |
Tervuren |
C |
| Vlaams-Brabant |
Zaventem |
C |
| West-Vlaanderen |
Oostende |
A |
| West-Vlaanderen |
Poperinge |
C |
| Oost-Vlaanderen |
Gent |
Grootstad |
De subsidie hangt sterk af van de categorie van het cultuurcentrum
- subsidie cultuurcentrum in grootstad
- subsidie cultuurcentrum categorie A, B en C
Subsidie cultuurcentrum in grootstad
Een convenant tussen de Vlaamse overheid en de betrokken grootstad bepaalt het subsidiekader. De stad Antwerpen en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben een convenant met de Vlaamse overheid. In het geval van Brussel gaat het over een convenant tussen de Vlaamse overheid en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC).
Met het afsluiten van een convenant garandeert Vlaanderen een subsidiëring op maat van de grootstad. Antwerpen heeft een ruim netwerk van cultuurcentra en ontmoetingscentra die over alle districten van de stad de functies van een cultuurcentrum invullen. Ook in Brussel is er een ruim netwerk van 22 gemeenschapscentra die samen het cultuurcentrum Brussel vormen.
Cultuurcentra categorie A, B en C
De subsidiëring hangt af van de categorie en bestaat uit twee soorten subsidie:
- een enveloppensubsidie voor het stafpersoneel.
- bijkomende subsidie voor bijzondere prioriteiten die de minister bij decreet oplegde. Deze subsidie is facultatief: de gemeente kan hier op intekenen.
Categorie A
Enveloppensubsidie
- € 325 000 per jaar (startbedrag in 2008, dit wordt geïndexeerd)
- enkel te besteden aan stafpersoneel
- is een volledige loonsubsidie
Bijkomende subsidie
- vastgelegd in een convenant tussen Vlaamse overheid en betrokken gemeente
- te besteden aan werking die gelinkt is aan drie prioriteiten van de minister (uitgewerkt in de laatste wijziging van het decreet Lokaal Cultuurbeleid van 13 juli 2007)
- prioriteiten zijn:
- projecten met het oog op het bereiken van een nieuw publiek
- verruiming van het aanbod door het programmeren van door de Vlaamse overheid gesubsidieerde en ondersteunde gezelschappen
- het toegankelijk maken van het aanbod van lokale gezelschappen en verenigingen
Categorie B en C
Enveloppensubsidie
- € 190 000 voor categorie B en € 110 000 voor categorie C (startbedrag 2008, dit wordt geïndexeerd)
- enkel te besteden aan stafpersoneel
- is een volledige loonsubsidie
Bijkomende subsidie
- voor alle gemeenten die inspanningsverbintenis bezorgden aan de Vlaamse overheid voor beleidsperiode 2008-2013
- inspanningsverbintenis om in te zetten op drie prioriteiten van de minister
- prioriteiten zijn:
- projecten met het oog op het bereiken van een nieuw publiek
- verruiming van het aanbod door het programmeren van door de Vlaamse overheid gesubsidieerde en ondersteunde gezelschappen
- het toegankelijk maken van het aanbod van lokale gezelschappen en verenigingen
- beschikbare middelen: € 700 000 voor alle gemeenten met cultuurcentrum in categorie B en C (bedrag wordt geïndexeerd).
- Het beschikbare geld werd evenredig verdeeld over alle gemeenten met een cultuurcentrum in categorie B en C die een inspanningsverbintenis indienden.
De gemeente:
- is vermeld in de bijlage bij het decreet Lokaal Cultuurbeleid (Lijst van Steden en Gemeenten). Dat, of ze voldoet aan een ander criterium vermeld in artikel 7 van het decreet Lokaal Cultuurbeleid.
- beschikt over voldoende infrastructuur voor het cultuurcentrum
- implementeert een proces van cultuurbeleidsplanning
- beschikt over een gesubsidieerde openbare bibliotheek
Een gemeente die aan al deze voorwaarden voldoet, moet uiterlijk op 1 april van het jaar voorafgaand aan het moment waarop de subsidiëring in zou gaan een aanvraagdossier richten aan het agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen.
Het agentschap zal na ontvangst van de aanvraag een plaatsbezoek organiseren. Bedoeling is het dossier administratief te vervolledigen en ter plaatse na te gaan of het cultuurcentrum voldoet aan de infrastructuurvoorwaarden uit de regelgeving Lokaal Cultuurbeleid.
In de rubriek Cultuurcentra > In te dienen vind je een overzicht van alle documenten.
Onderstaande tekst is enkel van toepassing op gemeenten met een cultuurcentrum in de categorie A, B en C.
Enveloppensubsidie voor cultuurcentra categorie A, B en C
De enveloppensubsidie is een tegemoetkoming in loonkosten van het personeel dat werkt op A of B-niveau in het cultuurcentrum (staffuncties).
De gemeente moet jaarlijks aantonen dat:
- de totale jaarlijkse uitgaven voor het cultuurcentrum het vijfvoudige bedragen van de verkregen enveloppensubsidie
- de totale enveloppensubsidie werd besteed aan loonkosten van personeel dat werkt op A of B-niveau in het cultuurcentrum (uitgesloten zijn: loonkosten van elders gesubsidieerde personeelsleden)
- het cultuurcentrum geleid wordt door een cultuufunctionaris-directeur met diploma hoger onderwijs en minimaal is aangesteld in A-niveau (voor cultuurcentrum categorie A of B) of minimaal is aangesteld in B-niveau (voor cultuurcentrum categorie C)
Bijkomende subsidie cultuurcentrum categorie A
De bijkomende subsidie is voorwerp van een convenant tussen Vlaamse overheid en de betrokken gemeente. In het convenant staat dat de gemeente zich zal inzetten op één of meerdere van de volgende prioriteiten:
- projecten met het oog op bereik van nieuw publiek
- verruiming van aanbod door het programmeren van door Vlaamse overheid gesubsidieerde en/of ondersteunde gezelschappen
- het toegankelijk maken van aanbod van lokale gezelschappen en verenigingen
Inhoud van de projecten:
- de gemeente formuleerde bij de start van het convenant concrete projectvoorstellen
- deze voorstellen werden als bijlage bij het convenant gevoegd
Actualisering van de projecten:
- het is noodzakelijk deze bijlage jaarlijks te actualiseren vanaf 2009
- het agentschap verwacht voor 31 januari van het gesubsidieerde jaar een aangepaste versie van de bijlage, of een bevestiging dat de bestaande bijlage van toepassing blijft voor het nieuwe subsidiejaar
De gemeente moet aantonen dat:
- de verkregen bijkomende subsidie werd ingezet om de gekozen initiatieven of projecten te realiseren. Het agentschap ontwikkelde hiervoor een model van verantwoording (categorie A). Zo is de planlast voor de gemeente en het cultuurcentrum zo beperkt mogelijk en verloopt de verantwoording voor alle gemeenten met een convenant op een gelijkaardige manier.
- de bijlage bij het convenant nog steeds actueel is. Dit kan door: het opsturen van een nieuwe bijlage of een schriftelijke bevestiging dat de vorige bijlage van toepassing blijft. Het agentschap verwacht dit vóór 31 januari van het gesubsidieerde jaar.
In de rubriek Cultuurcentra > In te dienen vind je een overzicht van alle documenten.
Bijkomende subsidie cultuurcentrum categorie B en C
De bijkomende subsidie voor gemeenten met een cultuurcentrum in de categorie B en C wordt toegekend op basis van een inspanningsverbintenis. Dit is een verklaring van de gemeente dat men met het cultuurcentrum wil werken aan één of meerdere van de volgende prioriteiten:
- projecten met het oog op bereik van nieuw publiek
- verruiming van aanbod door het programmeren van door Vlaamse overheid gesubsidieerde en/of ondersteunde gezelschappen
- het toegankelijk maken van aanbod van lokale gezelschappen en verenigingen
de gemeente moet aantonen dat:
- de verkregen bijkomende subsidie werd ingezet om de gekozen initiatieven of projecten te realiseren.
- Het agentschap ontwikkelde hiervoor een model van verantwoording (categorie B en C). Zo is de planlast voor de gemeente en het cultuurcentrum zo beperkt mogelijk en verloopt de verantwoording voor alle gemeenten met een convenant op een gelijkaardige manier.
Gemeenten met bouw- of verbouwplannen van een bibliotheek, een cultuur- of gemeenschapscentrum kunnen advies en begeleiding vragen bij het steunpunt LOCUS (nieuw venster) en bij de diensten van de Vlaamse bouwmeester (nieuw venster). Voor de bouwprojecten kunnen geen subsidies meer worden aangevraagd bij de Vlaamse overheid.
Ook DesignVlaanderen (nieuw venster) kan de gemeente bijstaan bij de inrichting van een cultuurcentrum:
Hoe gebeurt dit?
- In een eerste gesprek bekijken de adviseurs van Design Vlaanderen samen met de klant welke soort ontwerper de gemeente wil, wat de opdracht zal inhouden, welke resultaten worden verwacht… Ze geven ook aanvullend advies over contracten, subsidies, manieren van samenwerking, patenten, modellenbescherming…
- Na het gesprek plaatst Design Vlaanderen, in overleg met de gemeente, een anonieme oproep in hun wekelijkse e-zine, dat enkel verspreid wordt onder erkende ontwerpers en designbedrijven.
- Design Vlaanderen bundelt alle reacties van erkende ontwerpers en legt ze tijdens een tweede gesprek voor, zodat de gemeente nuttige adressen van geïnteresseerde ontwerpers heeft.
- De gemeente beslist welke van de geselecteerde ontwerpers ze contacteert en hoe ze met hen verder samenwerkt.
Welke voordelen zijn er voor de gemeente?
- Zowel voor de inrichting van een bestaand gebouw als voor nieuwbouwprojecten, waarbij vaak wordt samengewerkt met het Team van de Vlaams Bouwmeester, kan men beroep doen op de diensten van Design Vlaanderen.
- Design Vlaanderen brengt de gemeente in contact met ervaren ontwerpers die hun expertise al hebben bewezen.
- De diensten van Design Vlaanderen zijn kosteloos.