Historiek openbare bibliotheken
Tot 1978 regelde de wet van 17 oktober 1921 de “openbare lectuurvoorziening” in België. Deze wet, bekend als de wet Destrée, leidde tot de oprichting van honderden kleine bibliotheken, meestal met een privaatrechtelijk statuut, en bijna altijd met een duidelijke ideologische of filosofische inslag. De slagkracht was veelal klein door de zeer beperkte financiële ondersteuning van de verschillende overheden; dit ondanks de grote inzet van vele vrijwilligers.
De ontwikkeling van het openbare bibliotheekwerk verliep dan ook zeer traag en ongestructureerd. Een keerpunt betekende de grondwetsherziening van 1970 die de culturele materies tot een bevoegdheid van de gemeenschappen maakte.
Voor de openbare bibliotheken resulteerde dit in het decreet van 19 juni 1978 betreffende het Nederlandstalige openbare bibliotheekwerk, een decreet dat voor een omwenteling in het bibliotheeklandschap zorgde.
Het decreet verplichtte elke Vlaamse gemeente een openbare bibliotheek op te richten en in stand te houden, op basis van strenge erkenningvoorwaarden. De bibliotheek werd een openbare dienst, waardoor ook de ideologische verzuiling verdween. De financiële inspanningen voor de gemeenten waren zeer aanzienlijk, maar de Vlaamse Gemeenschap en - in mindere mate - de provincies verleenden een ruime financiële ondersteuning.
Anno 2000 beschikte vrijwel elke Vlaamse gemeente over een eigen bibliotheekvoorziening, dikwijls nog met bijkomende filialen en uitleenposten, meestal gehuisvest in een moderne en aangepaste infrastructuur met ruime openingsuren. Het decreet zorgde ook voor een doorgedreven professionalisering, zowel naar statuut als inhoudelijk (specifieke bekwaamheidsbewijzen). De ruime collecties, met groeiende aandacht voor niet-gedrukte materialen, en het gebruik van moderne technologieën zorgden voor een sterke toename van het aantal leners en het aantal ontleningen.
De voortschrijdende technologische ontwikkelingen en de noodzaak om adequaat met informatie te kunnen omgaan plaatsten de bibliotheken in het begin van de 21ste eeuw voor ingrijpende veranderingen, niet in het minst inzake de dienstverlening naar de gebruiker. De bibliotheek werd (en wordt nog steeds) geconfronteerd met moeilijk te beantwoorden vragen, bijvoorbeeld:
- wat moet nog fysiek aanwezig blijven in de bibliotheek?
- wat kan digitaal via netwerken beschikbaar worden gesteld?
- in hoeverre kan de bibliotheek inspelen op een groeiende vraag van gebruikers om informatie van thuis of kantoor te kunnen oproepen?
Het decreet lokaal cultuurbeleid van 13 juli 2001 wil hierop een antwoord geven door voor de openbare bibliotheeksector de nadruk te leggen op onder meer kennis, informatiebemiddeling, cultuurspreiding, cultuurparticipatie, cultuureducatie, leesbevordering en het bevorderen van ontmoeting.