Sociaal-cultureel volwassenenwerk Amateurkunsten Lokaal Cultuurbeleid Participatiebeleid
In de kijker Leesbevordering Verenigingen met een specifieke opdracht Vereniging gedetineerden Bibliotheekwerking gedetineerden Participatieprojecten kansengroepen Lokale netwerken personen in armoede Laagdrempelige educatie voor kansengroepen Hobbyverenigingen Aanbod kansengroepen in gemeenschapscentra Bijzonder cultuuraanbod - Podium
Circus in Vlaanderen Vlaamse Gebarentaal Tewerkstelling Beleidsdocumenten Beleidsrapportage Internationale samenwerking Begroting
Onderzoek
Medailles en Nationale Orden

Historiek


Op 1 januari 2003 werd het decreet van 4 april 2003, betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk van kracht. Dit decreet verving de drie regelgevingen die tot eind 2002 golden voor de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk, of ‘sector volksontwikkeling’, zoals die toen nog heette.

Dit nieuwe decreet betekende een grondige herstructurering van de sector en hief het dienstendecreet van 19 april 1995 op. Het dienstendecreet erkende en subsidieerde voorheen organisaties die “begeleiding en ondersteuning geven op het domein van het sociaal-cultureel werk”. Daarvoor stelden ze onder meer deskundigen, informatie, advies, documentatie, educatieve programma’s en producten, publicaties, materialen, technieken of uitrustingen ter beschikking.

Vanaf 1 januari 2005 kon de nieuwe werksoort bewegingen gesubsidieerd worden. 52 organisaties, waaronder 35 organisaties die voorheen als dienst werden gesubsidieerd en 2 die als vormingsinstelling werden gesubsidieerd, dienden een aanvraag in om een subsidie als beweging te verkrijgen voor de beleidsperiode 2005-2009. 29 organisaties werden voor subsidiering goedgekeurd. Het daaropvolgende jaar kwamen daar nog 3 nieuwe organisaties bij.

In 2008 haakte één beweging af wat het aantal gesubsidieerde bewegingen op 31 bracht. Op het einde van de eerste beleidsperiode (2005-2010) kregen 5 bewegingen een negatieve eindevaluatie. Deze organisaties werden bijgevolg uitgesloten van de tweede beleidsperiode (2011-2015) en mochten met andere woorden geen nieuwe subsidieaanvraag indienen.

De overige 26 bewegingen kregen een positieve eindevaluatie en dienden een nieuwe subsidieaanvraag in. Deze subsidiedossiers werden ter beoordeling voorgelegd aan de adviescommissie, die ook over de aanvragen van 17 nieuwe organisaties een advies formuleerde.

Na de mededeling van het voorontwerp van beslissing (op basis van de beoordeling van de adviescommissie) aan de organisaties, dienden heel wat organisaties een verhaalschrift in en kwamen zij hun dossier mondeling toelichten bij de adviescommissie. De adviescommissie stuurde haar advies met betrekking tot een aantal dossiers bij, waarop de administratie het advies van de commissie aan de minister overbracht. De minister volgde het inhoudelijke advies van de adviescommissie, maar paste de geadviseerde subsidiebedragen, rekening houdend met de budgettaire context, aan.

De beslissing van de minister luidde als volgt:

  • 24 van de in 2005-2010 gesubsidieerde en positief geëvalueerde bewegingen kregen een positief advies
  • 2 van de in 2005-2010 gesubsidieerde en positief geëvalueerde bewegingen kregen een negatief advies, maar worden rekening houdend met artikel 18 van het decreet toch gesubsidieerd
  • 5 nieuwe organisaties kregen een positief advies

De individuele subsidie-enveloppes 2011-2015 zijn op deze site terug te vinden onder de rubriek 'gesubsidieerde bewegingen'.