Vaak gestelde vragen
Neen, enkel gemeenten die vermeld worden in het decreet Lokaal Cultuurbeleid (lijst Steden en Gemeenten) kunnen een cultuurcentrum oprichten. Uitzonderingen op die regel worden vermeld in artikel 7 van het decreet Lokaal Cultuurbeleid.
De benaming “cultureel centrum” is de oude naam voor een “cultuurcentrum”. In het decreet Lokaal Cultuurbeleid spreekt men enkel nog van cultuurcentrum.
De naam “cultuurcentrum” (of cultureel centrum) is geen gedeponeerd merk: het is goed mogelijk dat de gemeente toch deze naam gebruikt zonder dat de Vlaamse overheid de gemeente subsidieert voor het cultuurcentrum.
Neen, vanaf 1 januari 2010 zal de gemeente enkel een enveloppensubsidie ontvangen. De bijkomende subsidie is gebonden aan de beleidsperiode van de gemeente en kende één instapmoment.
De Vlaamse overheid voert een stimulerend beleid ten opzichte van de gemeente. Vlaanderen vindt het belangrijk dat het cultuurbeleid mee vorm wordt gegeven door geschoolde professionals.
In grote lijnen wordt de subsidie altijd uitbetaald in 4 voorschotten die de gemeente ontvangt tijdens het gesubsidieerde jaar. Het saldo, meestal een resterende 10% van het bedrag waarop de gemeente recht had, wordt uitgekeerd na de controle van een aantal verantwoordingsstukken. De subsidie die de Vlaamse overheid geeft aan de gemeente is immers gebonden aan een aantal voorwaarden. Voor meer info hierover: zie subsidievoorwaarden. De verantwoordingsstukken moeten uiterlijk op 1 juni van het gesubsidieerde jaar + 1 toekomen bij het agentschap. Na controle volgt uitbetaling, meestal in het najaar van het gesubsidieerde jaar + 1.
Ja, wat ook de beheersvorm van het cultuurcentrum is, de subsidie wordt altijd uitbetaald aan de gemeente. Het is aan de gemeente en de eventuele verzelfstandigde entiteit om met een beheersovereenkomst tussen beide niveaus de nodige transfers van middelen veilig te stellen.