Wijzigingen - Nieuwe regelgeving

14.12.2016 | Nieuw uitvoeringsbesluit bij het decreet lokaal jeugdbeleid

De Vlaamse Regering keurde op 9 december 2016 een nieuw uitvoeringsbesluit bij het decreet lokaal jeugdbeleid definitief goed, na advies van de SARC, van de Vlaamse Jeugdraad, en daarna van de Raad van State. Concreet bundelt dit nieuwe besluit de bepalingen uit de twee bestaande uitvoeringsbesluiten en zorgt het voor de verdere uitwerking van de decretale bepalingen die nog behouden werden na de laatste aanpassingen van het decreet (3 juli 2015 en 20 mei 2016).

Het besluit brengt zo goed als geen inhoudelijke wijzigingen of wijzigingen in de procedure met zich mee. Alleen in het artikel over de criteria voor de Prijs Jeugdgemeente van Vlaanderen worden enkele inhoudelijke wijzigingen opgenomen, om ze beter af te stemmen aan de voornemens die in de beleidsnota Jeugd zijn opgenomen.

Toelichting

Met het decreet van 3 juli 2015 werd de integratie van de sectorale middelen voor lokale besturen in het Gemeentefonds geregeld. Het gevolg was dat er geen afzonderlijke decretale regeling meer nodig was voor de toekenning van de middelen voor de ondersteuning van het gemeentelijk jeugdbeleid op basis van Vlaamse beleidsprioriteiten. Een uitzondering gold echter voor de zes faciliteitengemeenten uit de Vlaamse Rand rond Brussel en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Voor hen bleven de decretale bepalingen ongewijzigd. De bepaling in verband met de gemeentelijke jeugdraad werd nauwelijks gewijzigd, en ook de toekenning van de Prijs Jeugdgemeente van Vlaanderen bleef in het decreet behouden.

Met het decreet van 20 mei 2016 werden de modaliteiten voor de berekening van de middelen voor de randgemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie aangepast aan de nieuwe realiteit en werd voor de randgemeenten één van de Vlaamse beleidsprioriteiten geschrapt.

Het nieuwe besluit bundelt de bepalingen uit de bestaande twee besluiten en stemt ze af op de decreetswijzigingen van 2015 en 2016.


16.11.2016 | Decreet afslanking provincies aangenomen door Vlaams Parlement

Het Vlaams Parlement nam op 9 november het 'decreet houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies' aan. Dit decreet regelt de afslanking van het provinciale bestuursniveau vanaf 1 januari 2018. De persoonsgebonden bevoegdheden van de provincies zullen samen met de middelen, het personeel en de infrastructuur overgeheveld worden naar de Vlaamse overheid of de lokale besturen. Het decreet regelt ook een aanpassing van de wijze waarop de provincies worden gefinancierd.

Met dit decreet wil de Vlaamse Regering uitvoering geven aan het regeerakkoord en vooral ook bijdragen aan een meer gestroomlijnde bestuurlijke organisatie in Vlaanderen. Vanaf 2018 zullen nog slechts twee bestuursniveaus verantwoordelijk zijn voor de persoonsgebonden zaken: de Vlaamse overheid voor de bepaling van het kader en de grotere lijnen, en de lokale overheid, dicht bij de burger, voor het lokale beleid. De nadruk ligt dus op sterkere lokale besturen met meer bevoegdheden en bestuurskracht én op een kaderstellende Vlaamse overheid. Het afgeslankte provinciale niveau zal zich enkel nog focussen op zijn grondgebonden taken.

Met dit decreet wordt ook het 'decreet van 6 juli 2012 houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid' gewijzigd: alle bepalingen over en verwijzingen naar de provinciale bevoegdheden worden daarin opgeheven.


31.05.2016 | Aanpassing diverse decretale bepalingen m.b.t. lokaal jeugdbeleid

Het Vlaams Parlement nam op 11 mei 2016 een ontwerp van decreet aan waarmee (onder andere) het decreet lokaal jeugdbeleid en het decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector worden gewijzigd. Het decreet werd op 20 mei 2016 bekrachtigd door de Vlaamse Regering.


Wijziging decreet lokaal jeugdbeleid

Wat houdt de wijziging in? (Hoofdstuk 7, artikel 11)

Het gaat om een technische wijziging met het oog op een correcte berekening van de subsidies aan de VGC en de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand. 88,25% van de voorziene middelen gaat naar de VGC, dit in de plaats van een verdelingsbreuk op basis van het aantal kinderen en jongeren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De resterende 11,75% gaat naar de faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand. Verder worden de twee overgebleven beleidsprioriteiten voor de VGC verduidelijkt.

Toelichting

Sinds 2016 worden niet langer sectorspecifieke subsidies toegekend aan Vlaamse gemeentebesturen voor het voeren van een jeugdbeleid. Het decreet lokaal jeugdbeleid werd daartoe vorig jaar gewijzigd (bij decreet van 3 juli 2015). De VGC en de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand komen wel nog in aanmerking voor sectorale subsidies. De berekeningswijze voor de subsidie voor de VGC werd echter niet gewijzigd. Indien het oude percentage gehandhaafd zouden blijven, zou minder dan zes procent van de beschikbare middelen toegekend worden aan de VGC en meer dan 94% aan de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand (terwijl het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vijf keer meer kinderen en jongeren telt).

Ter info: Van de in 2015 beschikbare middelen werd in 2016 17.753.000 euro getransfereerd naar het Gemeentefonds. Het beschikbare budget 2016 voor de VGC en de zes faciliteitengemeenten is 1.254.000 euro.

Wijziging decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector

Wat houdt de wijziging in? (Hoofdstuk 5, artikels 5-9)

Het gaat om een aanpassing van de wijze waarop de vrijgekomen DAC-middelen worden herverdeeld. Er wordt voorgesteld dat de Vlaamse Regering de herverdeling van de middelen regelt voor de hele sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid, en niet alleen voor de subsector 'ander jeugdwerk'. Verder moest een nieuwe timing opgenomen worden voor de herverdeling van de middelen voor de sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid, aangezien er geen link meer is met de gemeentelijke beleidsplanperiode.

Toelichting

Het decreet houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector bepaalde dat de werknemers uit het DAC-circuit (derde arbeidscircuit) die werkzaam zijn in de culturele sector (inclusief het jeugdwerk), vanaf 2002-2003 zouden worden geregulariseerd. De regularisatie houdt in dat ze reguliere medewerkers van de betrokken organisaties worden: de subsidies voor de zogenaamde DAC-projecten werden omgezet in reguliere personeelssubsidies.

Wannneer de arbeidsovereenkomst met de geregulariseerde DAC-werknemer wordt beëindigd, komen er middelen vrij, die moeten herverdeeld worden binnen de betrokken sector. Voor de sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid moest de herverdeling gebeuren bij de opmaak van een nieuw gemeentelijk jeugdwerkbeleidsplan. Wanneer een geregulariseerde DAC-werknemer werd vervangen, dan werd de vervanger verder gesubsidieerd tot het einde van de lopende beleidsplanperiode.

In de loop van de vorige regeerperiode werd het initiatief genomen om de sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid te splitsen in de subsectoren 'ander jeugdwerk' en 'lokaal jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren'. Voor de subsector 'ander jeugdwerk' zouden de herverdelingsregels bepaald worden door de Vlaamse Regering. De vrijgekomen middelen zouden worden toegewezen aan de jeugdhuizen i.p.v. aan de gemeentebesturen. Voor de subsector ‘lokaal jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren’ zouden de middelen verdeeld onder de gemeentebesturen volgens de regels in het decreet lokaal jeugdbeleid. Dat decreet is nu in die mate ingrijpend gewijzigd dat hieraan geen gevolg meer kan worden gegeven (de sectorale plan- en rapporteringsverplichtingen voor lokale besturen werden geschrapt en de daaraan verbonden subsidies werden in het Gemeentefonds geïntegreerd).

Met de huidige voorgestelde decreetswijziging wordt het gemeentelijk jeugdwerkwerkbeleid niet langer opgesplitst in twee subsectoren en regelt de Vlaamse Regering de herverdeling voor de hele sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid. Dit zorgt voor een vrijwaring van de middelen voor de betrokken organisaties en werkt onduidelijkheden weg die zijn ontstaan door het wegvallen van gemeentelijke jeugdbeleidsplannen.

Aangezien er geen link meer is met de gemeentelijke beleidsplanperiode, moest er een nieuwe timing worden opgenomen voor herverdeling van de middelen voor de sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid. De vervangers van geregulariseerde DAC-werknemers in de sector gemeentelijk jeugdwerkbeleid kunnen nog worden gesubsidieerd tot 31 december van het jaar dat volgt op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de geregulariseerde DAC-werknemers. De eerste herverdeling vindt plaats na 31 december 2016.