Wijzigingen

03.01.2017 | Subsidiëring politieke jongerenbewegingen vervalt in 2017

Vanaf 2017 komen politieke jongerenbewegingen niet langer in aanmerking voor subsidiëring op basis van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Ze kunnen wel nog erkend worden op basis van dat decreet. Politieke jongerenbewegingen die momenteel gesubsidieerd worden op basis van het decreet, worden per 1 januari 2017 erkend. Ze blijven erkend zolang ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.

De wijzigingen die hiertoe nodig zijn in het decreet van 20 januari 2012 (onder meer van artikel 15), worden geregeld via het programmadecreet 2017 (voluit het 'decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017), via de artikelen 18 tot en met 21. Daarin worden ook de nieuwe erkenningsvoorwaarden bepaald. Het programmadecreet 2017 werd op 22 december 2016 aangenomen door het Vlaams Parlement.

Toelichting

Gelet op de huidige en bestaande partijfinanciering is een aparte subsidiëring van politieke jongerenorganisaties niet langer noodzakelijk. Naar aanleiding van de opmaak van het decreet van 20 januari 2012 adviseerde de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) al om de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen stop te zetten.

"De subsidiëring van politieke jongerenbewegingen wordt uitdrukkelijk gelinkt aan het stimuleren van participatie “in de werking van een welbepaalde politieke partij”. Met dit gegeven voor ogen, is het voor de SARC duidelijk dat de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen een taak is voor politieke partijen. We verwijzen naar de politieke vormingsinstellingen voor volwassenen die destijds, toen de overheidsfinanciering van de politieke partijen een feit werd, binnen de partijstructuren werden ondergebracht. Vanaf dat moment werden de partijen zelf verantwoordelijk om hun eigen kaders te vormen. Waarom dan nu niet de lijn doortrekken en de politieke partijen de verantwoordelijkheid geven om jongeren te sensibiliseren en te stimuleren om aan politiek te doen en te participeren in de werking van hun partij." (advies dd.12 juni 2012)

Wel kunnen politieke jongerenbewegingen nog erkend worden op basis van het decreet van 20 januari 2012. Op die manier komen zij nog in aanmerking voor specifieke tarieven voor jeugdorganisaties in verblijfcentra en dergelijke. Bovendien kunnen vertegenwoordigers van politieke jongerenbewegingen zich op die manier ook kandidaat stellen voor lidmaatschap van de Vlaamse Jeugdraad.

De definitie van "politieke jongerenbeweging" blijft behouden. De eis inzake een minimaal werkingsvolume vervalt. Ze wordt vervangen door een bepaling over een minimaal aantal leden.

Politieke jongerenbewegingen kunnen uitsluitend op basis van het gewijzigde artikel 15 van het decreet worden erkend. Het is immers niet de bedoeling dat de politieke jongerenbewegingen in de toekomst een aanvraag zouden doen voor erkenning en subsidiëring op basis van artikel 9, 10 of 11 van het decreet.

Politieke jongerenbewegingen die momenteel gesubsidieerd werden op basis van het decreet van 20 januari 2012 worden per 1 januari 2017 erkend. Ze blijven erkend zolang ze aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.


08.12.2016 | Uitvoeringsbesluit bij het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid gewijzigd

Na advies van de SARC en de Vlaamse Jeugdraad en daarna van de Raad van State keurde de Vlaamse Regering een aantal wijzigingen aan het uitvoeringsbesluit bij het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid definitief goed. Het besluit wordt aangepast aan een aantal recente wijzigingen van het decreet, verder worden een aantal bepalingen die niet langer actueel zijn, geschrapt. De wijziging beoogt ook een administratieve lastenverlaging.


16.06.2016 | Aanpassing decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid aangenomen door Vlaams Parlement

Een aantal Vlaamse Parlementsleden diende eind maart een voorstel van decreet in om het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid te wijzigen. Het voorstel van decreet werd op 15 juni 2016 aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement en op 24 juni 2016 bekrachtigd door de Vlaamse Regering.

Opgelet: dit wijzigingsdecreet treedt pas in werking op 1 januari 2017, met uitzondering van artikels 4 en 5, die in werking treden op 1 januari 2018.

Voorstel van decreet - tekst aangenomen door de plenaire vergadering (.pdf)

Het gaat voornamelijk om de volgende aanpassingen:

  • een verlenging van de beleidsnotaperiode van de verenigingen met algemene opdracht van vier naar vijf jaar. Concreet gaat het om De Ambrassade, JINT, VVJ, KeKi en de Kinderrechtencoalitie. Aangezien deze organisaties dicht bij de overheid staan, is het logisch dat ze bij het opstellen van hun beleidsnota’s kunnen inspelen op de Vlaamse beleidsprioriteiten uit het Vlaamse regeerakkoord en de beleidsnota Jeugd. Daarom wordt de periode waarin ze hun beleidsnota uitvoeren, afgestemd op de duur van de regeerperiode. De eerste beleidsperiode van vijf jaar loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.

  • een aanpassing van de erkenningsnormen voor de landelijk georganiseerde jeugdverenigingen, cultuureducatieve verenigingen en verenigingen informatie en participatie.

  • een aanpassing van de erkenningsprocedure voor nieuwe landelijk georganiseerde jeugdverenigingen, cultuureducatieve verenigingen en verenigingen informatie en participatie. Deze aanpassing is nodig om het budget beheersbaar te houden. De huidige subsidieregeling kent aan iedere organisatie die aan een aantal formele voorwaarden voldoet, een basissubsidie toe. Dat zorgt voor een grote instroom aan nieuwe organisaties, wat op termijn negatieve budgettaire gevolgen zou hebben en tot een daling van de subsidiebedragen per vereniging zou leiden. Om hieraan te verhelpen, zullen niet-erkende verenigingen vanaf 2020 nog slechts één keer per vier jaar een erkenningsaanvraag kunnen indienen. In de tussenliggende jaren kan er geen erkenning meer worden toegekend. Een uitzondering hierop geldt voor de verenigingen die op dit moment nog op basis van drie modules gesubsidieerd worden: zij zullen nog elk jaar van hun vierjarig traject erkend kunnen worden.

  • de mogelijkheid om een fusie aan te gaan: organisaties die vrezen dat ze de nieuwe erkenningsnormen niet zullen halen, krijgen de mogelijkheid om zonder verlies van middelen een fusie aan te gaan met een andere organisatie die op basis van het decreet gesubsidieerd wordt.

  • een verlenging van de maximumduur voor de subsidiëring van experimentele projecten van vier naar zeven jaar. Verenigingen die het potentieel hebben om door te groeien naar een erkenning, kunnen onder bepaalde voorwaarden tot zeven jaar worden gesubsidieerd voor het uitvoeren van een experimenteel project.

  • het logo van de Vlaamse Gemeenschap: met de invoering van de nieuwe huisstijl binnen de Vlaamse overheid verdween het oude logo met de vermelding "Met steun van de Vlaamse overheid". Organisaties moeten vanaf 1 januari 2017 het logo in de nieuwe huisstijl gebruiken, meer bepaald het logo dat specifiek voor subsidiëring en sponsoring is ontworpen.

Procedure

24.06.2016: bekrachtiging door de Vlaamse Regering

15.06.2016: bespreking en stemming in de plenaire vergadering: verslag bespreking in de plenaire vergadering - verslag stemming in de plenaire vergadering

26.05.2016: bespreking in commissie: verslag bespreking in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (pdf)

29.03.2016: indiening in Vlaams Parlement: voorstel van decreet en inhoudelijke toelichting (pdf)


02.06.2016 | 'Stedelijkheid' wordt bijkomend criterium bij beoordeling subsidieaanvragen verenigingen

In het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid wordt een bijkomend beoordelingscriterium 'stedelijkheid' ingevoerd. De Vlaamse Regering keurde het ontwerpbesluit dat het bijkomende criterium bepaalt, op 13 mei 2016 definitief goed. Daarmee wordt gevolg gegeven aan het Vlaams Regeerakkoord en de Beleidsnota Jeugd. Beide geven aan dat stedelijk jeugdbeleid en het stedelijk jeugdwerk bijzondere aandacht verdienen.

Tekst besluit - definitieve goedkeuring (.pdf) (Besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2016 tot bepaling van een aanvullend criterium voor de beoordeling van de subsidieaanvragen die ingediend zijn in het kader van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid

Wat betekent dit voor de verenigingen?

Om de hoogte van de subsidies voor de verenigingen te bepalen, werden tot nu toe tien beoordelingscriteria gehanteerd, rekening houdend met de specificiteit van de organisatie. Daar komt nu ook het criterium 'stedelijkheid' bij. In steden komen een aantal maatschappelijke uitdagingen immers eerder en sterker naar voren dan op het platteland of in sub-urbane gebieden. Met de toevoeging van dit criterium kunnen verenigingen hier ook aandacht aan schenken en hun kennis en expertise op dit vlak beter duiden. Door de huidige decreetsaanpassing zal dat al mogelijk zijn bij de volgende beleidsperiode 2018-2021, waarvoor de beleidsnota uiterlijk op 1 januari 2017 ingediend moet worden.

De toevoeging van een criterium betekent niet dat elke vereniging geforceerd initiatieven moet nemen in een stedelijke context. Het criterium kan er een vereniging wel toe aanzetten om na te denken over de stedelijke uitdagingen en hoe eraan tegemoet te komen. Maar ook dat hoeft niet per se. Zoals de bestaande regelgeving al aangeeft, wordt bij de beoordeling van de invulling van de criteria rekening gehouden met de specificiteit van de organisatie.

Het besluit waarin de wijziging is opgenomen, gaat nu voor advies naar de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en de Vlaamse Jeugdraad. Daarna wordt nog het advies van de Raad van State ingewonnen.

Tekst ontwerpbesluit - 1ste principiële goedkeuring (.pdf)


07.01.2016 | Aanpassing subsidieregels landelijk georganiseerde jeugdverenigingen, cultuureducatieve verenigingen en verenigingen informatie en participatie aangenomen door Vlaams Parlement

In het ontwerp van programmadecreet 2016 (voluit het 'decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016') is een voorstel opgenomen om artikel 13 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid te wijzigen. Het programmadecreet werd op 17 december 2015 aangenomen door het Vlaams Parlement en op 18 december 2015 bekrachtigd door de Vlaamse Regering. De wijziging heeft de volgende consequenties:

  • Verenigingen die in de loop van een vierjarige beleidsperiode erkend worden, kunnen vanaf 2016 geen tussentijdse beleidsnota meer indienen.
    Tot nu toe konden verenigingen die in de loop van de beleidsperiode 2014-2017 erkend werden, een beleidsnota indienen voor de rest van die periode (bijvoorbeeld een beleidsnota voor 2015-2017 of 2016-2017) en daarvoor variabele subsidies krijgen, bovenop hun basissubsidie. Vanaf 1 januari 2016 is dat niet meer mogelijk, dus ook niet in de loop van de volgende vierjarige beleidsperiodes. De verenigingen die in 2015 variabele subsidies ontvangen, komen wel nog tot eind 2017 verder in aanmerking voor deze subsidies. Aanvragen voor variabele subsidies voor de periode 2018-2021 (beleidsnota’s) moeten uiterlijk op 1 januari 2017 worden ingediend.

  • Vanaf 2016 is het niet meer mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een basissubsidie van 55 000 euro op basis van drie modules.
    De bepaling dat een vereniging, voorafgaand aan de erkenning, gedurende vier opeenvolgende jaren kan worden gesubsidieerd op basis van drie modules, wordt geschrapt. Verenigingen die in 2014 en 2015 een basissubsidie ontvingen of die in 2015 een toezegging kregen voor een basissubsidie, kunnen de basissubsidie wel nog krijgen tot uiterlijk vier jaar na de toezegging ervan.

Tekst aanpassing decreet 20.01.2012: extract uit het aangenomen programmadecreet (.pdf)


01.12.2015 | Voorstel tot aanpassing subsidiëring politieke jongerenbewegingen aangenomen door Vlaams Parlement

Drie Vlaamse Parlementsleden dienden in oktober 2015 een voorstel van decreet in om de subsidiëring van de politieke jongerenbewegingen te wijzigen. Concreet stellen ze voor om de basissubsidie te verlagen van 55.000 euro naar 30.000 euro. Op die manier komt er meer geld vrij voor het variabele gedeelte van de subsidie. Organisaties die meer presteren en extra inspanningen leveren, krijgen immers nog een variabel deel bovenop de basissubsidie.

Het voorstel van decreet werd op 25 november 2015 aangenomen door de plenaire vergadering, na bespreking in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en na behandeling in de plenaire vergadering. Het werd op 4 december 2015 bekrachtigd door de Vlaamse Regering


07.07.2015 | Programmadecreet wijzigt decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid

Het programmadecreet (voluit het "decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015") werd op 30 juni 2015 aangenomen door het Vlaams Parlement en op 3 juli bekrachtigd door de Vlaamse Regering. In het programmadecreet zijn allerhande maatregelen opgenomen die nodig zijn om de begroting 2015 te kunnen uitvoeren.

Wat Jeugd betreft, gaat het om een kleine aanpassing m.b.t de subsidievoorschotten voor de politieke jongerenbewegingen (aanpassing van artikel 17, §5 van het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid).

Toelichting bij de aanpassing

Het huidige artikel 17, §5 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid bepaalt:

“De politieke jongerenbewegingen waarvan werd vastgesteld dat ze aan alle voorwaarden voldoen voor de toekenning van een werkingssubsidie, ontvangen per kwartaal een voorschot van 22,5 percent van het subsidiebedrag dat toegekend is voor het voorlaatste jaar voorafgaand aan het lopende jaar.
Politieke jongerenbewegingen die voor het eerst gesubsidieerd worden op basis van dit decreet, ontvangen de eerste twee jaar per kwartaal een voorschot van 12.375 euro.(…)”.

Dit betekent dat momenteel 90 procent van de subsidie voor een bepaald jaar al in de loop van dat jaar wordt betaald, net zoals voor de andere verenigingen die op basis van dit decreet structureel gesubsidieerd worden. Voor die andere verenigingen geldt evenwel dat het jaarlijkse subsidiebedrag op voorhand bepaald werd, op basis van een door hen ingediende beleidsnota, die geldt voor meerdere jaren.

Dat is niet zo bij de politieke jongerenbewegingen. Voor hen geldt dat het subsidiebedrag jaarlijks (post factum) wordt bepaald. Het gehanteerde systeem voor de bepaling van het definitieve subsidiebedrag houdt daarom een grote onzekerheid in. Daarom wordt voorgesteld de voorschotten te beperken tot vier maal 17,5 procent van het subsidiebedrag dat toegekend is voor het voorlaatste jaar voorafgaand aan het lopende jaar. Voor de nieuwe organisaties wordt analoog hieraan voorgesteld om vier voorschotten toe te kennen van 17,5 procent van de basissubsidie (55.000 euro) voor politieke jongerenbewegingen.


21.03.2014 | Nieuwe regeling kadervorming

Waarom deze nieuwe regeling?

De huidige regeling 'Criteria voor het toekennen van attesten aan jeugdwerkers' bestaat bijna 20 jaar. In die periode is de visie op vorming grondig gewijzigd en is er een klimaat van levenslang en levensbreed leren ontstaan, waardoor een herziening zich opdrong. De noodzaak voor een evaluatie en aanpassing van de attestenregeling is trouwens ook opgenomen in de beleidsnota Jeugd 2009-2014, onder de strategische doelstelling 'Kinderen en jongeren ruimte geven om competenties te ontdekken en ontwikkelen'.
De volledige inhoudelijke argumentatie voor de aanpassing van de criteria is opgenomen in de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet (.pdf).

Naast inhoudelijke redenen was er ook een wetgevingstechnische reden voor de herziening van de criteria. Waar de criteria vroeger nauw verbonden waren met het oude decreet landelijk georganiseerd jeugdwerk, is die band door de opeenvolgende decreetswijzigingen sinds 1998 geleidelijk losser geworden en tot slot volledig weggevallen. De criteria hadden dus hun aansluiting verloren met het decreet waaraan ze in het begin refereerden, en waren zo tot pseudowetgeving verworden. In het kader van behoorlijk beleid moet daarmee komaf gemaakt worden.

Verankering in het decreet van 20 januari 2012

Er werd niet gekozen voor een nieuw (apart) decreet, maar wel voor een verankering in het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. In dat decreet wordt vorming voor jeugdwerkers immers genoemd als kerntaak van het jeugdwerk (cf. erkenningsmodules). De geattesteerde kadervorming is een onderdeel van die vorming.

Door de keuze voor een verankering in het decreet van 20 januari 2012, moest dat decreet aangepast worden via een wijzigingsdecreet: er werden aantal nieuwe bepalingen toegevoegd, zodat de praktijk van het uitreiken van attesten aan jeugdwerkers (opnieuw) een wettelijke grondslag krijgt.

Het wijzigingsdecreet werd op 12 maart 2014 aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement en op 21 maart 2014 bekrachtigd door de Vlaamse Regering.

Decreet van 21 maart 2014 houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, wat betreft kadervormingstrajecten (.pdf)


19.09.2012 | Uitvoeringsbesluit bij decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid definitief goedgekeurd door Vlaamse Regering

Na advies van de Raad van State hechtte de Vlaamse Regering op 14 september haar definitieve goedkeuring aan het besluit tot uitvoering van het decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid.

In het besluit worden een aantal bepalingen uit het decreet verder uitgewerkt, zoals:

  • de procedure die verenigingen moeten volgen voor het aanvragen van een erkenning als landelijk georganiseerde jeugdvereniging, vereniging informatie en participatie of cultuureducatieve vereniging
  • de procedure voor de beoordeling van de beleidsnota’s van verenigingen die een aanvullende subsidie willen krijgen
  • de procedure voor de subsidiëring van politieke jongerenorganisaties
  • de procedure voor de beoordeling van de beleidsnota’s van de zogenaamde bovenbouwverenigingen
  • de procedure voor de beoordeling van projectaanvragen
  • bepalingen omtrent de samenstelling en werking van de adviescommissies

Uitvoeringsbesluit - definitieve goedkeuring Vlaamse Regering (.pdf)


09.07.2012 | Uitvoeringsbesluit bij het decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid opnieuw principieel goedgekeurd door Vlaamse Regering

Na advies van de Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk van de SARC en van de Vlaamse Jeugdraad hechtte de Vlaamse Regering op 6 juli opnieuw haar principiële goedkeuring aan het besluit tot uitvoering van het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Over dit besluit wordt nu het advies ingewonnen van de Raad van State.

Voorontwerp van besluit - 2de principiële goedkeuring (PDF)


30.05.2012 | Uitvoeringsbesluit bij het decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid principieel goedgekeurd door Vlaamse Regering

De Vlaamse Regering hechtte op 25 mei haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van besluit tot uitvoering van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Daarmee machtigt ze minister Pascal Smet het advies in te winnen van de Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk van de SARC en van de Vlaamse Jeugdraad.

Voorontwerp van besluit zoals principieel goedgekeurd (PDF)


20.01.2012 | Decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid bekrachtigd door Vlaamse Regering

Het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid werd op 11 januari 2012 aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Het werd op 20 januari 2012 bekrachtigd door de Vlaamse Regering.
Decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid - tekst (PDF)

Toelichting

Het nieuwe decreet vervangt het decreet van 18 juli 2008, waarvan na een grondige evaluatie was gebleken dat een aantal wijzigingen nodig waren. Het nieuwe decreet heeft als doel een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid mogelijk te maken. ‘Vernieuwing’ omdat het decreet geen tabula rasa maakt met het voorgaande decreet van 2008. Dat bracht op verscheidene vlakken al een grote vernieuwing. Uit de evaluatie van dat decreet is wel gebleken dat een aantal bepalingen aan verfijning toe waren en dat een aantal lacunes moesten worden opgevuld. De fundamenten van het geïntegreerde jeugd- en kinderrechtenbeleid blijven echter overeind.

De belangrijkste wijzigingen in het decreet
  1. Continueren en versterken van de integratie van het jeugd- en kinderrechtenbeleid
  2. Versterken van de jeugdorganisaties via de gelijkschakeling in het statuut van de landelijk georganiseerde verenigingen, de verenigingen informatie en participatie en de cultuureducatieve organisaties en dit op basis van een aantal objectieve parameters. Hierdoor krijgen als deze verenigingen een gewaarborgde terugvalpositie
  3. Een aparte regeling voor de politieke jongerenverenigingen
  4. Een herstructurering binnen de op naam gesubsidieerde organisaties waarbij:
    • Steunpunt Jeugd, Vlaamse jeugdraad en VIP jeugd overgaan tot een fusie
    • de jeugdraad zijn rol als permanente megafoon van kinderen en jongeren en van de jeugdsector behoudt
    • Jint als expertisecentrum op het vlak van internationale mobiliteit en van de internationalisering van het jeugdbeleid behoudt
    • de expertise op het vlak van kinderrechten wordt uitgebouwd binnen het Keki
    • VVJ als interface werkt tussen het Vlaams jeugdbeleid en het lokale jeugdbeleid.
  5. Een herwerking van de projectsubsidies.

Procedure

  • 17 juni 2011: de Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Het voorontwerp wordt voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Jeugdraad en de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC)
  • 15 juli 2011: na advies van de Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk (Strategische Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media) en van de Vlaamse Jeugdraad hecht de Vlaamse Regering opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Het voorontwerp van decreet wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State
  • 28 oktober 2011: na advies van de Raad van State hecht de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan het ontwerpdecreet
  • 16 november 2011: het ontwerp van decreet wordt ingediend bij het Vlaams Parlement. Het wordt er op 29 november en 6 en 13 december 2011 besproken.
  • 6 december 2011: hoorzitting met Bruno Vanobbergen, kinderrechtencommissaris, en Rob De Donder, coördinator van de Vlaamse Jeugdraad.
  • 13 december 2011: het ontwerp van decreet wordt goedgekeurd in de commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement. De tekst wordt wel geamendeerd wat de erkenningsnormen voor de cultuureducatieve verenigingen betreft.
  • 11 januari 2012: het ontwerp van decreet wordt aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Het wordt ter bekrachtiging aan de Vlaamse Regering bezorgd.
  • 20 januari 2012: het decreet wordt bekrachtigd door de Vlaamse Regering

Teksten en parlementaire verslagen