10.07.2018 | Au-pairsysteem: onderzoek door het Rekenhof en advies van de SERV

Au pairOnderzoek door het Rekenhof

Op 28 maart 2018 vroeg het Vlaams Parlement in een motie een onderzoek van het Rekenhof naar het au-pairsysteem. Het parlement formuleerde vragen over de bevoegdheidskaders, de administratieve toegankelijkheid, de au-pairagentschappen, de registratie van au pairs uit de EU en de aanpak van de Vlaamse inspectie.

  • Vlaanderen telde in 2017 353 niet-EU-au-pairs, van wie 43% afkomstig uit de Filipijnen en Zuid- Afrika. Het aantal EU-au-pairs is niet bekend: voor hen gelden geen formaliteiten op het vlak van verblijfsvisum en arbeidskaart, zij zijn ook niet geregistreerd.
  • Het kader voor au pairs van buiten de EU is vervat in het KB van 9 juni 1999. Zo mag de au pair maximum 20 uur per week werken, moet hij of zij minimum 450 euro zakgeld krijgen en bestaat het werk uit lichte huishoudelijke taken, kinderoppas inbegrepen. Als de au pair en het gastgezin aan de voorwaarden voldoen, krijgt de au pair een arbeidskaart B en het gastgezin een arbeidsvergunning. Het Vlaams Gewest, dat sedert de zesde staatshervorming bevoegd is voor de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten, heeft nog geen nieuwe regelgeving uitgewerkt. Er werd immers beslist op het Overlegcomité om de au-pairregeling voorlopig federaal te laten. Voor EU-au-pairs is er geen kader.
  • Het au-pairstatuut heeft een hybride karakter. Hoofddoel van het verblijf is culturele uitwisseling. Maar er is ook een arbeidsaspect aanwezig: de au pair verricht huishoudelijke taken in ruil voor zakgeld en verblijf (kost en inwoning) bij een gastgezin, en niet-EU-au-pairs moeten een arbeidskaart hebben. Het huidige juridische kader laat te veel ruimte voor interpretatie omdat de noties culturele uitwisseling en lichte huishoudelijke taken onvoldoende zijn uitgewerkt.
  • EU-au-pairs komen zonder formaliteit naar het gastgezin op grond van het vrij verkeer van personen in de EU. Voor een niet-EU-au-pair moet het gastgezin eerst een arbeidsvergunning en een arbeidskaart aanvragen, waarna de au pair een verblijfsvergunning moet aanvragen. Die procedures zijn voldoende toegankelijk.
  • Gastgezinnen en au pairs kunnen een beroep doen op gespecialiseerde agentschappen voor het vinden van een geschikte kandidaat of gastgezin en voor begeleiding bij de procedure. Er is geen overzicht van de sector van de au-pairagentschappen. Enkele Vlaamse bureaus staan waarschijnlijk in voor het grootste deel van de plaatsingen, maar zij maken niet de hele sector uit. Vaak worden namelijk partnerschappen gesloten met buitenlandse agentschappen. Daarnaast kunnen bureaus die in het buitenland gevestigd zijn, au pairs in Vlaanderen plaatsen via onlinebemiddeling. Voor EU-au-pairs zijn de mogelijkheden tot regulering beperkt, gelet op het vrij verkeer van diensten in Europa. Voor niet-EU-au-pairs laat een Europese richtlijn regulering van de agentschappen toe.
  • De Vlaamse sociale inspectie, die onder het Departement Werk en Sociale Economie (WSE) valt, ziet voor de niet-EU-au-pairs voornamelijk toe op de naleving van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en het KB van 9 juni 1999 ter uitvoering van die wet. Zij beschikt over de nodige bevoegdheden om haar toezichtstaak uit te oefenen. In de periode 2014-2017 werden 1.370 arbeidskaarten aan au pairs toegekend en heeft de inspectie 368 onderzoeken naar au pairs uitgevoerd. De inspecties gebeuren veelal op vraag van de dienst Economische Migratie en Regulering van het Departement WSE of op eigen initiatief. In mindere mate zijn er controles op basis van klachten of meldingen. Bij 36% van de controles heeft de inspectie minstens één onregelmatigheid vastgesteld, vaak over het zakgeld of over het aantal uren dat wordt gewerkt. Een aantal onduidelijkheden in de regelgeving (over de inhoud van de overeenkomst, ontbreken van een omschrijving van lichte huishoudelijke taken, …) bemoeilijken het toezicht.
  • Het rapport reikt ten slotte een aantal pistes aan om het beleid te verbeteren. Een aantal oplossingen vallen buiten de bevoegdheid van het Vlaams Gewest. De creatie van een werknemersstatuut is een federale bevoegdheid. De Vlaamse overheid kan, gegeven het hybride statuut, voor niet-EU-au-pairs een beter juridisch kader uitwerken en de sector van bemiddelingsbureaus reguleren. Voor EU-au-pairs dient ze een registratie uit te werken en gelijke rechten en plichten te garanderen.

Lees het volledige rapport van het Rekenhof over het systeem van au pairs (pdf)

Advies van de SERV

Au pairHet Vlaams Parlement vroeg in zijn plenaire vergadering van 28 maart 2018 de SERV om advies over het systeem van au pairs.

Volgende uitgangspunten zijn essentieel voor de sociale partners:

  1. Elke au pair, Europese en niet-Europese, moet gekend zijn bij inspectie.
  2. De plaatsing van de au pair moet gebeuren via een derde partij. De au pair kan niet rechtstreeks door een gastgezin worden tewerkgesteld. Deze derde partij moet de professionele deskundigheid hebben om jongeren, zonder sociaal netwerk in dit land, te plaatsen.
  3. Het aspect cultuur mag niet verloren gaan omdat het au-pairstatuut kansen geeft aan een ruime groep - inclusief laaggeschoolde - buitenlandse jongeren om andere culturen te leren kennen.

Om deze uitgangspunten te operationaliseren stellen de sociale partners voor om:

  1. Transparantie te brengen door elke au pair aan te geven via de Dimona-aangifte. Dat geldt voor zowel Europese als niet-Europese au pairs. Om een Dimona aangifte op te leggen moet het au-pairstatuut een arbeidsrelatie worden aan dezelfde loons- en arbeidsvoorwaarden als inwonend huispersoneel.
  2. Om zowel het gastgezin als de au pair beter te beschermen, wordt met een driepartijenrelatie gewerkt. Om de erkenningsverplichting op te leggen, wordt gewerkt via een uitzendkantoor dat een nieuwe specifieke erkenning moet hebben om met au pairs te werken. Deze verplichte erkenning geldt daarmee ook voor elk buitenlands au-pairbureau dat hier plaatsingen wil doen.
  3. Ten einde het vandaag vaak ontbrekende culturele luik te garanderen, wordt verplicht tussen het gastgezin en de au pair een overeenkomst gesloten over een cultureel en opleidingsprogramma.

Lees het volledige rapport van de SERV over het systeem van au pairs (pdf)