21.11.2016 | Actieplan gecoördineerd vrijwilligersbeleid definitief in de steigers

De Vlaamse Regering gaf op 18 november 2016, op voorstel van de minister-president en de minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, haar definitieve goedkeuring aan het plan van aanpak voor een gecoördineerd vrijwilligersbeleid (pdf)

Waarover gaat het?

Het plan van aanpak voor een gecoördineerd vrijwilligersbeleid bevat tal van acties om het vrijwilligerswerk te vergemakkelijken en het statuut van de vrijwilliger te verbeteren. De acties zijn rond drie assen gegroepeerd:

  • wetgeving en statuut
  • informatie en ondersteuning
  • terugdringen van overregulering.

Naast deze drie horizontale assen zijn er ook drie verticale lijnen:

  • Welke actiepunten kan Vlaanderen zelf uitwerken?
  • Waarvoor dienen we beroep te doen op de federale overheid?
  • Welke werkpunten vallen binnen lokale autonomie?

Enkele concrete voorbeelden maken duidelijker wat er zoal wordt beoogd.

Op het niveau van steden en gemeenten, voor het vrijwilligerswerk een erg belangrijk overheidsniveau, zal er worden gewerkt aan de verbetering van de informatieverstrekking en de ondersteuning van de lokale besturen rond het vrijwilligerswerk. In samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten zullen goede voorbeelden en suggesties worden uitgewerkt en gedeeld om de gemeentelijke regelgeving te vereenvoudigen.

Een interbestuurlijke werkgroep met vertegenwoordigers van de Vlaamse en de federale overheid zal zich buigen over belangrijke federale knelpunten waarmee vrijwilligers vaak af te rekenen krijgen. Zo moeten de forfaitaire onkostenvergoeding, de fietsvergoeding of de meldingsplicht bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) vereenvoudigd worden.

Op Vlaams niveau wordt bijvoorbeeld de problematiek van de verzekeringen onderzocht. Er zal worden nagegaan of er een Vlaamse collectieve verzekering voor vrijwilligers kan komen. Die zou oplossingen kunnen bieden voor enkele heikele zaken als burgerlijke aansprakelijkheid, bestuursaansprakelijkheid of lichamelijke ongevallen.

Daarnaast zal de Vlaamse overheid onder meer drempels en onduidelijkheden wegwerken op terreinen waarmee vrijwilligers te maken krijgen. Er komt ook een plan van aanpak voor administratieve vereenvoudiging. En er wordt nagegaan of het mogelijk is bij regelgevende initiatieven vooraf te bekijken of ze wel voldoende "vrijwilligersvriendelijk" zijn.

Werkwijze

De Vlaamse Regering keurde op 26 februari 2016 al de conceptnota voor een gecoördineerd Vlaams vrijwilligersbeleid (pdf) goed. Hierin werden de doelstellingen, de thema's en uitdagingen, en de aanpak voor een gecoördineerd Vlaams vrijwilligersbeleid beschreven.

Het gecoördineerd vrijwilligersbeleid wordt vormgegeven door een Horizontaal Overleg Vrijwilligersbeleid en voor elk betrokken beleidsdomein een Verticaal Overleg Vrijwilligersbeleid.

Het Horizontaal Overleg Vrijwilligersbeleid staat in voor de uitwerking van de voorgestelde doelstellingen en mogelijke acties en uitdagingen. In dit horizontaal overleg komen ambtenaren uit de verschillende departementen en agentschappen van de Vlaamse administratie samen met het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk, de Verenigde Verenigingen en eventueel enkele bijkomende experts. Zij vertegenwoordigen de verschillende beleidsdomeinen waarin vrijwilligerswerk belangrijk is.

Per betrokken beleidsdomein wordt een Verticaal Overleg Vrijwilligersbeleid (VOV) georganiseerd. Dat heeft als taak de specifieke beleidsinitiatieven van het betreffende beleidsdomein te toetsen aan de visie en aan het plan regulitis en voorstellen tot bijsturing te formuleren. Naargelang van de thema’s of acties kunnen gemengde projectgroepen (verschillende betrokken beleidsdomeinen en stakeholders) worden opgericht.

Het werk van deze overlegstructuren resulteerde in dit plan van aanpak. Het plan werd voor advies voorgelegd aan verschillende adviesraden: Vlaamse Woonraad, de SAR WGG, de MiNa-raad, de SERV, de SARC, de VlOR, de SARO, de Vlaamse Jeugdraad en de Vlaamse Ouderenraad. Hun adviezen bevatten geen fundamentele opmerkingen die een bijsturing vragen van de plannen en initiatieven voor de korte termijn.