27.10.2016 | Resolutie betreffende de toegang tot en het gebruik van diensten van de informatiemaatschappij door jongeren

Waarover gaat het?

Op 14 april 2016 keurde het Europees Parlement de nieuwe EU-verordening over privacy goed. Deze verordening biedt burgers meer controle over hun persoonsgegevens en realiseert een eenduidig niveau voor gegevensbescherming in de hele EU.

De nieuwe regels omvatten onder meer:

  • het recht om te worden vergeten
  • 'duidelijke voorafgaande toestemming' voor het gebruik van persoonlijke data
  • het recht om gegevens over te brengen naar een andere dienstenaanbieder
  • het recht te weten of je gegevens zijn gehackt
  • garanties voor heldere uitleg van privacybeleid
  • betere handhaving en boetes tot 4% van de wereldwijde omzet in het geval van overtreding.

De verordening beoogt ook een betere bescherming van minderjarigen. Concreet worden specifieke 'voorwaarden voor de toestemming van kinderen met betrekking tot diensten van de informatiemaatschappij' gesteld. Zo bepaalt de verordening het volgende:

  • Bij een rechtstreeks aanbod van diensten van de informatiemaatschappij aan een kind, is de verwerking van persoonsgegevens van een kind rechtmatig wanneer het kind ten minste 16 jaar is. BWanneer het kind jonger is dan 16 jaar, is zulke verwerking slechts rechtmatig als de toestemming of machtiging tot toestemming wordt verleend door de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt.
  • De lidstaten kunnen bij wet voorzien in een lagere leeftijd, op voorwaarde dat die leeftijd niet onder 13 jaar ligt.

Het is dus voor België mogelijk om de leeftijdsgrens van 13 jaar te hanteren. België zal die leeftijdsgrens enkel wettelijk moeten verankeren.

Wat wordt in de resolutie gevraagd?

De indieners van de resolutie beamen dat de Europese verordening een stap in de goede richting is, maar wijzen erop dat ze niet unaniem positief onthaald wordt. Zo bracht de Vlaamse kinderrechtencommissaris een advies uit over de minimumleeftijd voor de toegang tot diensten van de informatiemaatschappij. Hij stelt onder meer het volgende:

  • Door de minimumleeftijd op 16 jaar vast te leggen, bepaalt Europa dat kinderen jonger dan 16 de expliciete toestemming van hun ouders nodig hebben om nog sociale media te kunnen gebruiken. Daardoor riskeren sommige tieners toegang te missen tot een belangrijk medium in hun sociale leven.
  • Het hanteren van de leeftijdsgrens van 16 jaar en het formaliseren van de ouderlijke toestemming is wellicht geen sluitende oplossing om voldoende bescherming te bieden aan kinderen en jongeren. Er is altijd het risico op gebruik van fictieve leeftijden of het omzeilen van de ouderlijke toestemming.
  • Het ondergraaft bovendien de mogelijkheden om te werken aan mediawijsheid en beknot de participatiemogelijkheden van jonge tieners.

De indieners van de resolutie scharen zich achter de visie van de kinderrechtencommissaris en vinden dat de keuze voor privacy geen betutteling hoeft mee te brengen. Daarom vragen ze in de resolutie aan de Vlaamse Regering:

  • om de inspanningen rond mediawijsheid onverkort verder te zetten, ook ten aanzien van kwetsbare doelgroepen
  • om er bij de federale Regering voor te pleiten om, tegen het moment dat de Europese verordening geïmplementeerd wordt in 2018, gebruik te maken van de mogelijkheid om te voorzien in een lagere leeftijd dan 16 jaar voor de toegang van kinderen met betrekking tot diensten van de informatiemaatschappij, met name vanaf 13 jaar.

- Resolutie zoals aangenomen door het Vlaams Parlement

- Uitgebreide toelichting bij het voorstel van resolutie