07.07.2015 | Eerste begrotingsaanpassing 2015 en programmadecreet

Begrotingsaanpassing

Op 30 juni werd de eerste aanpassing van de begroting 2015 aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Deze eerste begrotingsaanpassing heeft slechts een beperkte invloed op de budgetten voor Jeugd.

Het desbetreffende decreet (decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015) werd op 3 juli bekrachtigd door de Vlaamse Regering.

Begroting 2015: overzicht initiële en aangepaste bedragen


Programmadecreet

Ook het programmadecreet werd op 30 juni aangenomen. In het programmadecreet zijn allerhande maatregelen opgenomen die nodig zijn om de begroting 2015 te kunnen uitvoeren. Wat Jeugd betreft, gaat het om een kleine aanpassing m.b.t de subsidievoorschotten voor de politieke jongerenbewegingen (aanpassing van artikel 17, §5 van het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid).

Het programmadecreet (voluit het "decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015") werd op 3 juli bekrachtigd door de Vlaamse Regering.

Toelichting bij de aanpassing

Het huidige artikel 17, §5, van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid bepaalt:

“De politieke jongerenbewegingen waarvan werd vastgesteld dat ze aan alle voorwaarden voldoen voor de toekenning van een werkingssubsidie, ontvangen per kwartaal een voorschot van 22,5 percent van het subsidiebedrag dat toegekend is voor het voorlaatste jaar voorafgaand aan het lopende jaar.
Politieke jongerenbewegingen die voor het eerst gesubsidieerd worden op basis van dit decreet, ontvangen de eerste twee jaar per kwartaal een voorschot van 12.375 euro.(…)”.

Dit betekent dat momenteel 90 procent van de subsidie voor een bepaald jaar al in de loop van dat jaar wordt betaald, net zoals voor de andere verenigingen die op basis van dit decreet structureel gesubsidieerd worden. Voor die andere verenigingen geldt evenwel dat het jaarlijkse subsidiebedrag op voorhand bepaald werd, op basis van een door hen ingediende beleidsnota, die geldt voor meerdere jaren.

Dat is niet zo bij de politieke jongerenbewegingen. Voor hen geldt dat het subsidiebedrag jaarlijks (post factum) wordt bepaald. Het gehanteerde systeem voor de bepaling van het definitieve subsidiebedrag houdt daarom een grote onzekerheid in. Daarom wordt voorgesteld de voorschotten te beperken tot vier maal 17,5 procent van het subsidiebedrag dat toegekend is voor het voorlaatste jaar voorafgaand aan het lopende jaar. Voor de nieuwe organisaties wordt analoog hieraan voorgesteld om vier voorschotten toe te kennen van 17,5 procent van de basissubsidie (55.000 euro) voor politieke jongerenbewegingen.