Subsidies
Gemeenten en provincies Landelijk georganiseerd jeugdwerk Cultuureducatie en jeugdcultuur Experimenteel jeugdwerk Participatie en informatie Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Kinderrechten Verenigingslokalen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties


Historiek

 

Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd op 20 november 1989 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het Vlaams Parlement ratificeerde het verdrag op 15 mei 1991. Zo was de Vlaamse overheid de eerste overheid in België die het Kinderrechtenverdrag onderschreef. Na de goedkeuring door de andere overheden werd het in België van kracht op 15 januari 1992.

Het IVRK is niet uit het niets te voorschijn gekomen. Het is de bevestiging van een evolutie waarbij het kind meer en meer als een volwaardige maatschappelijke actor beschouwd wordt. Die evolutie komt vooral tot uiting in het feit dat het verdrag naast het recht op bijzondere zorg en bescherming, ook het recht op zelfbeschikking/participatie aan het kind toekent. Het kind is niet alleen rechtsobject, maar ook rechtssubject. Het verdrag erkent het recht van het kind om op te komen voor de eigen rechten. Deze evolutie vinden we terug in de verklaringen die het verdrag zijn voorafgegaan.

De Verklaring van Genève over de Rechten van het Kind van 1924 legt in de eerste plaats de nadruk op de plichten van de volwassenen, eerder dan op de rechten van het kind. In de verklaring wordt vooral gewezen op de sociale en economische behoeften van het kind. De bescherming tegen lichamelijke verwaarlozing, ondervoeding, economische uitbuiting enzovoort staat voorop. Door deze verklaring verkregen kinderrechten voor het eerst hun internationale publiekrechtelijke status. Voortaan zou de verklaring de basis vormen om te ijveren voor een internationale regelgeving op het vlak van kinderrechten.

In de Verklaring van de Rechten van het Kind van 1959 zien we al een belangrijke evolutie. De inhoud werd geconcretiseerd en uitgebreid, zoals verplicht en kosteloos basisonderwijs. Doorheen de jaren heeft deze verklaring bij de bevolking een ruime bekendheid gekregen en een grote morele kracht verworven. Ondanks het bestaan van een bindend verdrag wordt er immers ook nu nog naar verwezen. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties keurde deze verklaring unaniem goed op 20 november 1959. Zelfs de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens was in 1948 niet unaniem aangenomen.

Op initiatief van Polen en vooral dankzij de werkzaamheden van internationale niet-gouvernementele organisaties kon in 1989 met het Kinderrechtenverdrag een belangrijke stap voorwaarts worden gezet. Voor de eerste keer werden de rechten van het kind op een juridisch bindende wijze vastgelegd. Het IVRK is ondertussen het meest universeel geratificeerde mensenrechtenverdrag. Alleen de Verenigde Staten en Somalië gingen nog niet over tot ratificatie.

Het IVRK is evenwel geen eindpunt. Op de Conferentie van de Staten die partij zijn bij het Verdrag van 12 december 1995 werd een amendement aangenomen dat artikel 43, tweede lid van het IVRKwijzigt. Het aantal leden van het toezichthoudende Comité voor de Rechten van het Kind werd uitgebreid van tien naar achttien. Verder kan ook verwezen worden naar de facultatieve protocollen.