Subsidievoorwaarden projecten 'participatie en informatie'
Projecten 'participatie en informatie' moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om voor subsidiëring in aanmerking te kunnen komen. Die voorwaarden liggen vast in het decreet en het uitvoeringsbesluit.
We geven hieronder een overzicht van de belangrijkste bepalingen uit de regelgeving.
Wie kan in aanmerking komen voor een subsidie?
Elke vereniging die een participatie- of informatieproject wil realiseren, komt in aanmerking voor een subsidie.
Als de vereniging een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) is, moet zij voldoen aan de algemene voorwaarden uit het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (Hoofdstuk I: algemene bepalingen - art. 3):
- in haar werking de principes en de regels van de democratie te aanvaarden en tevens de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden onderschrijven en uitdragen
- haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
- ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden op de zetel voorhanden zijn in het Nederlands en die ter beschikking stellen voor onderzoek door de administratie
- de bevoegdheden die wettelijk toekomen aan de algemene vergadering of aan de raad van bestuur niet overdragen aan een derde
- op zelfstandige wijze de financiën beheren en het eigen beleid bepalen. Dat moet vooral blijken uit het feit dat de vereniging:
- over een eigen secretariaat beschikt dat duidelijk kan worden onderscheiden van elke andere rechtspersoon. Het secretariaat van de vereniging is ondergebracht op de zetel van de vereniging
- werkgever en opdrachtgever is van haar personeel
- de programmering van de vereniging bepaalt en uitvoert
- over een eigen post- of bankrekening beschikt
- activiteiten organiseert of diensten verleent in naam van de vereniging zelf.
Verenigingen en instellingen die op basis van het decreet van 18 juli een werkingssubsidie ontvangen, komen niet in aanmerking voor deze projectsubsidie. Uitzondering hierop vormen de verenigingen die als vereniging 'participatie en informatie' worden gesubsidieerd.
Aan welke inhoudelijke criteria moet het project voldoen?
Met deze vorm van subsidiëring wil de Vlaamse overheid de betrokkenheid van de jeugd bij het beleid van publieke of private organisaties bevorderen, de positieve beeldvorming over de jeugd stimuleren, tegemoetkomen aan de informatiebehoeften van of over de jeugd en initiatieven rond kinderrechten stimuleren.
Verenigingen die een projectsubsidie willen ontvangen, moeten met het project één van de volgende doelstellingen beogen:
- de participatiegraad van de jeugd aan het beleid (van de overheid, publieke en private organisaties en instellingen) verhogen
- de communicatie over en door de jeugd stimuleren
- een informatieaanbod voor de jeugd aanbieden
- specifieke informatie- of sensibiliseringsinitatieven opzetten met het oog op de promotie van de rechten van het kind
- rapporteren over de rechten van het kind.
Alle projecten hebben door hun omvang, opzet en inhoud tot doel relevantie te verwerven op Vlaams niveau.
Hoe lang kan een vereniging worden gesubsidieerd voor een project 'participatie en informatie'?
Dat kan maximaal 12 maanden. Ook projecten die slechts één dag duren, komen in aanmerking voor subsidiëring.
Wat zijn de indiendata?
Wegens de inwerkingtreding van het decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid op 1 januari 2013 zijn er in 2012 slechts twee indiendata voor projectaanvragen: 1 februari en 1 juni.
De aanvraag wordt ingediend op het aanvraagformulier dat de afdeling Jeugd ter beschikking stelt.
Welke procedure doorloopt een aanvraagdossier?
De aanvraagdossiers worden voorgelegd aan de adviescommissie Participatie en Informatie. De afdeling Jeugd bezorgt het advies van de adviescommissie, samen met haar eigen advies, aan de bevoegde minister vóór 15 maart of 15 juli. In dat advies wordt eventueel gemotiveerd waarom de adviescommissie het standpunt van de aanvrager niet of slechts gedeeltelijk bijtreedt.
De minister van Jeugd beslist over de toekenning van de subsidie uiterlijk op 1 mei of 1 september. De afdeling Jeugd brengt de aanvrager per brief op de hoogte van de beslissing van de minister en van het toegekende subsidiebedrag.
Welk subsidiebedrag kan de aanvrager krijgen?
Het decreet stelt geen limiet. Het toegekende subsidiebedrag wordt bepaald op basis van de informatie in de subsidieaanvraag.
Hoe en wanneer wordt de subsidie uitbetaald?
Bij een positieve beslissing van de minister van Jeugd wordt het subsidiebedrag ter beschikking gesteld:
- een voorschot van 80 procent van de subsidie wordt uitbetaald na de ondertekening van het subsidiebesluit
- een saldo van maximaal 20 procent wordt uitbetaald nadat de afdeling Jeugd heeft vastgesteld dat:
- de voorwaarden waaronder de subsidie werd toegekend, nageleefd werden
- de subsidie werd aangewend voor de doeleinden waarvoor ze werd verleend.
Dat moet blijken uit het inhoudelijk en financieel verslag, dat na afloop van het project aan de afdeling Jeugd wordt bezorgd. De afdeling stelt daarvoor een formulier ter beschikking.
Let op:
- Als de nettokosten (dat zijn de aangetoonde kosten verminderd met de inkomsten die voortvloeien uit de realisatie van het initiatief) minder bedragen dan de ontvangen subsidies (het voorschot), dan wordt het verschil teruggevorderd.
- Alleen kosten die gemaakt zijn na de toekenning van de subsidie, komen in aanmerking.
Wat wordt van de vereniging verwacht nadat de subsidie is toegekend?
De vereniging moet (volgens artikel 3 van het decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid):
- meewerken aan onderzoek dat door of namens de Vlaamse Regering wordt georganiseerd met het oog op het voeren van een jeugd- en kinderrechtenbeleid
- het logo van de Vlaamse Gemeenschap met het bijschrift "Met steun van de Vlaamse overheid" opnemen op alle informatiedragers die betrekking hebben op initiatieven gesubsidieerd in het kader van deze subsidiering
- een financieel verslag en een werkingsverslag indienen, goedgekeurd door de algemene vergadering van de vereniging
- een boekhouding voeren en die zo te organiseren dat de aanwending van de subsidies op elk ogenblik financieel kan worden gecontroleerd
- toestaan dat de afdeling Jeugd en het Rekenhof de werking en de boekhouding, zo nodig ter plaatse, onderzoeken.