Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

Vrije tijd van kinderen en jongeren met een handicap

Opdrachtgever Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media - afdeling Jeugd
Uitvoerder Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Periode mei 2014 - juni 2015
Eindrapport

Vrije tijd als handicapsituatie (pdf 5,8 Mb) - Bijlagen bij het onderzoeksrapport (docx 4 Mb)

Presentatie Presentatie 'Vrije tijd als handicapsituatie' - Beno Schraepen, Hilde Maelstaf, Marjan Halsberghe (pdf 1 Mb)

Belangrijkste conclusies

Kinderen en jongeren met een beperking vinden moeilijk aansluiting bij het bestaande vrijetijds- en jeugdwerkaanbod (speelpleinen, jeugdbewegingen, jeugdhuizen, …). In hun zoektocht naar geschikte activiteiten botsen ze vaak op allerlei obstakels, die elkaar nog versterken. Oorzaak daarvan is een samenspel van diverse factoren. Ze voelen zich vaak niet welkom en haken sneller af. Vaak zijn ze alleen aangewezen op het beperkte vrijetijdsaanbod dat specifiek voor kinderen en jongeren met een beperking wordt ontwikkeld of op activiteiten die door de school worden georganiseerd.

Onderzoekers van de Artesis Plantijn Hogeschool interviewden in 2015 meer dan honderd kinderen en jongeren tussen zes en achttien jaar met diverse beperkingen. Ook bijna honderdvijftig ouders van deze kinderen en jongeren en ruim tweehonderd vrijetijdsbegeleiders en jeugdwerkers namen via diverse bevragingen deel.

Kinderen en jongeren met een beperking hebben vaak minder vrije tijd dan hun leeftijdsgenoten. Afhankelijk van de beperking gaat een deel van de tijd naar extra zorg. De nog resterende tijd wordt bij de jongste kinderen vaak samen met het gezin ingevuld. De jongeren vinden hun ontspanning eerder in gamen, het internet, sporten of wat rondhangen in de buurt. Daarin verschillen ze weinig van hun leeftijdsgenoten zonder beperking. Dat geldt echter niet voor hun participatie aan het georganiseerde vrijetijds- en jeugdwerkaanbod.

Velen gaan niet naar school in de buurt waar ze wonen. Het schoolvervoer slorpt dus heel wat tijd op. Bovendien komen ze thuis op het moment dat de meeste vrijetijdsactiviteiten begonnen zijn. Omdat informatie over het lokale vrijetijdsaanbod vooral via de lokale scholen wordt verspreid, blijven ze onzichtbaar en onbereikbaar voor allerlei wervingsacties.

Het vrijetijdsaanbod in Vlaanderen is nochtans wijdverspreid, divers en goed onderbouwd en heel wat lokale vrijetijdswerkingen willen kinderen en jongeren met een beperking wel verwelkomen. Ze blijven echter vaak hangen in een passieve toegankelijkheid. Ze weten niet hoe ze de jongeren moeten bereiken, werven niet actief bij deze jongeren en missen de nodige ondersteuning om erin door te zetten. Zo ontstaan er drempels om tot het aanbod te geraken. Daarnaast worden deze kinderen en jongeren ook vaak geweigerd (ontoegankelijke ruimtes, plaatsgebrek, niet-aangepaste spelen, onvoldoende begeleiding, schrik, storend voor anderen …).

Gelukkig is er ook een specifiek aanbod voor kinderen en jongeren met een beperking, maar dat is dun gezaaid, vraagt meer mobiliteit en is vaak overvraagd. Er zijn wachtlijsten, er wordt gekampeerd om binnen te geraken en verrassend genoeg is ook niet iedereen met gelijk welke beperking er welkom.

Kinderen en jongeren met een beperking hebben zo weinig kans om een sociaal netwerk op te bouwen met leeftijdsgenoten zonder beperking. Ze missen veel van wat het Vlaamse jeugdwerk te bieden heeft: ruimte om te spelen, zich te ontwikkelen, sociale contacten te leggen, te experimenteren of te oefenen in burgerschap en democratische waarden. Beno Schraepen (onderzoeker AP Hogeschool): “En dat is erg jammer, want zij die ongeacht hun beperking wel een match vinden in het algemene lokale jeugdwerkaanbod of meedoen met het specifieke aanbod, zijn laaiend enthousiast!”

Een combinatie van een specifiek en algemeen jeugdwerk- en vrijetijdsaanbod dat elkaar ondersteunt, intens samenwerkt en versterkt op lokaal niveau, is maar een van de adviezen uit het rapport. De geïnterviewde jongeren zijn duidelijk over wat ze van het georganiseerde vrijetijds- en jeugdwerkaanbod verwachten. Ze willen zo zelfstandig mogelijk hun vrijetijdsbesteding kunnen invullen en "het liefst met leeftijdsgenoten die dezelfde interesse delen." (Laura,16j).

Over het onderzoek

Onderzoeksvragen

De afdeling Jeugd gaf aan Artesis Plantijn Hogeschool de opdracht om een onderzoek te voeren naar de mate waarin kinderen en jongeren tussen zes en achttien jaar met een handicap een passend vrijetijdsaanbod kunnen vinden en naar welke rol het bestaande jeugdwerkaanbod daarin speelt.

Daarbij stonden drie onderzoeksvragen centraal.

  • In welke mate maken kinderen en jongeren met een handicap gebruik van het bestaande jeugdwerkaanbod? Welke redenen en drempels spelen een rol in (non-)participatie? Hebben ze daarbij een voorkeur voor specifieke of inclusieve initiatieven?
  • Hoe beleven kinderen en jongeren met een handicap hun deelname aan het aanbod? Welke elementen dragen bij tot een kwaliteitsvol aanbod? Voldoet het aanbod aan hun verwachtingen? Wat zijn hun ervaringen met infrastructuur, begeleiding, plaats en tijd, bereikbaarheid,... ?
  • Wat zijn de andere vrijetijdsactiviteiten waaraan kinderen en jongeren met een handicap deelnemen? Welke plaats neemt het jeugdwerkaanbod in in de vrije tijd van kinderen en jongeren met een handicap?

Zoals uit de onderzoeksvragen blijkt, lag de nadruk in dit onderzoek op de groep van kinderen en jongeren met een handicap, eerder dan op een specifieke (jeugd)werkvorm. Het onderzoek moest wel de diversiteit aan jeugdwerkvormen en andere vrijetijdsinitiatieven waar kinderen en jongeren met een handicap aan deelnemen, zichtbaar maken.

Voor de afbakening van het begrip 'handicap' volgden de onderzoekers de definitie van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH): "Elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, en persoonlijke en externe factoren". Het onderzoek richtte zich naar kinderen en jongeren tussen zes en achttien jaar.

Verloop en methode

Uitgangspunt van het onderzoek was de participatie van kinderen en jongeren met een beperking aan het jeugdwerk als derde socialisator of pedagogisch milieu. Gezien de aard en de leeftijd en gezien de specifieke context waar veel kinderen en jongeren met een beperking deel van uitmaken betrokken de onderzoekers, naast de jongere zelf, ook de ouders en de school als partner in de bevraging.

Wat de onderzoeksmethodologie betreft, vereisten de doelen een combinatie van verschillende werkwijzen. Daarom kozen de onderzoekers voor een multimethodische aanpak. Ze startten met desk research en een telefonische bevraging van ouders en belangrijke kernactoren. Daarna werden ten minste honderd kinderen bevraagd via groepsgesprekken en interviews. Tot slot werd een beperkte Delphi-methode bij jeugdwerkers toegepast, waarbij de interpretaties en resultaten uit de voorbije fasen werden teruggekoppeld.