Subsidies
Lokaal jeugdbeleid Landelijk georganiseerde jeugdverenigingen Cultuureducatieve verenigingen Verenigingen informatie en participatie Politieke jongerenbewegingen Experimentele projecten Projectoproepen Jeugdhuizen Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Kadervorming en attesten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties Parlementaire vragen en initiatieven

In de kijker

16.03.2017 | Vrijstelling onroerende voorheffing voor lokaal jeugdwerk

Het erkende jeugdwerk kan voor zijn lokalen genieten van een vrijstelling van de onroerende voorheffing. Alle gemeentebesturen in Vlaanderen ontvingen begin deze maand een brief van de minister van Jeugd met de vraag om de nodige gegevens te bezorgen in functie van die vrijstelling.

Waarover gaat het?

De onroerende voorheffing, ook wel de 'grondbelasting' genoemd, is een gewestbelasting op het inkomen uit gronden en gebouwen. Sinds 2016 zijn jeugdwerkorganisaties in het Vlaamse Gewest hiervan definitief vrijgesteld, op basis van een decretale aanpassing van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Dat is goed nieuws, want op die manier besparen jeugdwerkorganisaties gemakkelijk enkele honderden euro's op de kosten voor hun jeugdlokaal of jeugdhuis. Bovendien werd met deze aanpassing een belangrijke stap gezet in de deregulering ten aanzien van de jeugdsector. De vrijstelling geldt zowel voor erkende lokale en provinciale jeugdverenigingen, als voor jeugdwerk dat actief is op Vlaams niveau.

Wat moet je doen?

Om dit in de praktijk te realiseren, vraagt de minister de medewerking van de gemeentebesturen bij de gegevensverzameling. Door de nodige gegevens te bezorgen, geef je het jeugdwerk in je gemeente niet alleen een financieel duwtje in de rug, maar bespaar je hen ook heel wat administratieve werklast. Anders dan in 2016 gebeurt de gegevensverzameling niet meer via een Excellijst, maar via de webtoepassing jeugdmaps.be. Alle gemeentelijke jeugddiensten kregen daarvoor op 7 maart een e-mail met een link om een account aan te maken. Heb je die niet gekregen? Contacteer dan info@jeugdmaps.be

  • Voor gemeenten die vorig jaar al een lijst bezorgden aan de afdeling Jeugd, zullen deze gegevens al toegevoegd zijn aan jeugdmaps.be. Zij moeten de gegevens alleen nog valideren en indien nodig actualiseren.
  • Gemeenten die nog geen lijst bezorgden, kunnen via jeugdmaps.be de nog ontbrekende gegevens aanvullen: enerzijds van de afdelingen van Vlaams erkende jeugdverenigingen in hun gemeente, anderzijds van de lokaal erkende jeugdwerkinitiatieven in hun gemeente.

Wat is de deadline?

Gegevens die vóór 15 april 2017 in jeugdmaps.be worden geregistreerd, kunnen al gebruikt worden voor de vrijstelling van het aanslagjaar 2017. Is deze deadline niet haalbaar, dan kun je de gegevens ook later nog toevoegen aan jeugdmaps.be in functie van een vrijstelling voor de komende aanslagjaren. Voor 2017 kan je dan alsnog een vrijstelling krijgen door middel van een bezwaarschrift, dat ten laatste drie maanden na ontvangst van het aanslagbiljet ingediend moet worden.

Meer info nodig?

Voor meer informatie over de vrijstelling van onroerende voorheffing kun je terecht bij de afdeling Jeugd van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Contactpersoon is Erik Van Cauter: erik.vancauter@cjsm.vlaanderen.be - tel. 02.553.41.47.

Meer informatie over de GIS-tool jeugdmaps.be en het gebruik ervan vind je op jeugdmaps.be/onroerende-voorheffing.


14.12.2016 | Nieuw uitvoeringsbesluit bij het decreet lokaal jeugdbeleid

De Vlaamse Regering keurde op 9 december 2016 een nieuw uitvoeringsbesluit bij het decreet lokaal jeugdbeleid definitief goed, na advies van de SARC, van de Vlaamse Jeugdraad, en daarna van de Raad van State. Concreet bundelt dit nieuwe besluit de bepalingen uit de twee bestaande uitvoeringsbesluiten en zorgt het voor de verdere uitwerking van de decretale bepalingen die nog behouden werden na de laatste aanpassingen van het decreet (3 juli 2015 en 20 mei 2016).

Het besluit brengt zo goed als geen inhoudelijke wijzigingen of wijzigingen in de procedure met zich mee. Alleen in het artikel over de criteria voor de Prijs Jeugdgemeente van Vlaanderen worden enkele inhoudelijke wijzigingen opgenomen, om ze beter af te stemmen aan de voornemens die in de beleidsnota Jeugd zijn opgenomen.

Toelichting

Met het decreet van 3 juli 2015 werd de integratie van de sectorale middelen voor lokale besturen in het Gemeentefonds geregeld. Het gevolg was dat er geen afzonderlijke decretale regeling meer nodig was voor de toekenning van de middelen voor de ondersteuning van het gemeentelijk jeugdbeleid op basis van Vlaamse beleidsprioriteiten. Een uitzondering gold echter voor de zes faciliteitengemeenten uit de Vlaamse Rand rond Brussel en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Voor hen bleven de decretale bepalingen ongewijzigd. De bepaling in verband met de gemeentelijke jeugdraad werd nauwelijks gewijzigd, en ook de toekenning van de Prijs Jeugdgemeente van Vlaanderen bleef in het decreet behouden.

Met het decreet van 20 mei 2016 werden de modaliteiten voor de berekening van de middelen voor de randgemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie aangepast aan de nieuwe realiteit en werd voor de randgemeenten één van de Vlaamse beleidsprioriteiten geschrapt.

Het nieuwe besluit bundelt de bepalingen uit de bestaande twee besluiten en stemt ze af op de decreetswijzigingen van 2015 en 2016.


16.11.2016 | Decreet afslanking provincies aangenomen door Vlaams Parlement

Het Vlaams Parlement nam op 9 november het 'decreet houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies' aan. Dit decreet regelt de afslanking van het provinciale bestuursniveau vanaf 1 januari 2018. De persoonsgebonden bevoegdheden van de provincies zullen samen met de middelen, het personeel en de infrastructuur overgeheveld worden naar de Vlaamse overheid of de lokale besturen. Het decreet regelt ook een aanpassing van de wijze waarop de provincies worden gefinancierd.

Met dit decreet wil de Vlaamse Regering uitvoering geven aan het regeerakkoord en vooral ook bijdragen aan een meer gestroomlijnde bestuurlijke organisatie in Vlaanderen. Vanaf 2018 zullen nog slechts twee bestuursniveaus verantwoordelijk zijn voor de persoonsgebonden zaken: de Vlaamse overheid voor de bepaling van het kader en de grotere lijnen, en de lokale overheid, dicht bij de burger, voor het lokale beleid. De nadruk ligt dus op sterkere lokale besturen met meer bevoegdheden en bestuurskracht én op een kaderstellende Vlaamse overheid. Het afgeslankte provinciale niveau zal zich enkel nog focussen op zijn grondgebonden taken.

Met dit decreet wordt ook het 'decreet van 6 juli 2012 houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid' gewijzigd: alle bepalingen over en verwijzingen naar de provinciale bevoegdheden worden daarin opgeheven.