Subsidies
Gemeenten en provincies Landelijk georganiseerd jeugdwerk Cultuureducatie en jeugdcultuur Experimenteel jeugdwerk Participatie en informatie Internationale projecten Jeugdverblijfcentra Brede school Organisaties kansengroepen Grootschalige jeugdevenementen Kinderrechten Verenigingslokalen Verenigingen met bijzondere opdracht Tewerkstelling
Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid Kinderrechten Internationale samenwerking Uitleendienst Kampeermateriaal Begroting Onderzoek Beleidsdocumenten Fiscale aftrek kinderopvang Publicaties


Prioriteit brandveiligheid


Voor de beleidsperiode 2011-2013 vormt brandveiligheid de prioriteit binnen het hoofdstuk jeugdwerkbeleid. Gemeenten die bereid zijn extra inspanningen te leveren op het vlak van brandveiligheid, kunnen daarvoor extra middelen krijgen.

Het uitvoeringsbesluit voor deze prioriteit werd op 23 april 2010 definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Uitvoeringsbesluit prioriteit brandveiligheid zoals definitief goedgekeurd (PDF)

 



 

Hoe kan je gemeentebestuur intekenen op deze prioriteit?

Elk gemeentebestuur waarvan het jeugdbeleidsplan 2011-2013 voor subsidiëring is aanvaard, kan extra middelen krijgen om een brandveiligheidsbeleid te voeren. Voor de prioriteit brandveiligheid moet geen apart plan worden opgemaakt. Het maakt deel uit van het hoofdstuk jeugdwerkbeleid van het jeugdbeleidsplan 2011-2013. Het gemeentebestuur moet in dat hoofdstuk de uitgangspunten van zijn brandveiligheidsbeleid verduidelijken, evenals de wijze waarop het dat beleid in die beleidsperiode zal voeren. Voor het bepalen van de doelstellingen en acties moet er dus geen afzonderlijk proces worden gevolgd. Het is uiteraard wel nodig om bij de inspraakprocedure steeds oog te hebben voor deze prioriteit.

Ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie kan via haar jeugdbeleidsplan 2011-2015 intekenen op de prioriteit brandveiligheid. Verder komen ook de jeugdwerkinitiatieven uit de gemeenten die niet over een gemeentelijk jeugdbeleidsplan beschikken en die samen een jeugdwerkbeleidsplan opmaken, in aanmerking voor de extra middelen voor brandveiligheid.


Welke uitgaven komen in aanmerking voor subsidiëring?

Uitgangspunt is nog steeds lokale en intergemeentelijke jeugdwerkinfrastructuur die langdurig en in hoofdzaak wordt gebruikt voor de werking van particuliere jeugdwerkinitiaiteven. Alle kosten voor infrastructuurwerken die de brandveiligheid van die lokalen verhogen, komen in aanmerking komen voor subsidiëring

Uit onderzoek blijkt echter ook dat lokalen niet alleen brandveiliger worden door ingrepen op het vlak van de infrastructuur. Inspanningen die leiden tot een meer verantwoord gebruik en een beter beheer van de lokalen, zijn minstens even belangrijk. Om die reden wordt de definitie van subsidiabele uitgaven uitgebreid ten opzichte van het decreet.

Ook kosten die verbonden zijn aan een beter beheer en gebruik van de infrastructuur en die resulteren in een hogere brandveiligheid, komen in aanmerking voor subsidiëring. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het aanbieden van brandoefeningen, het opstarten van een bewustmakingscampagne rond brandveiligheid, het voeren van regelmatige controles in jeugdlokalen, het aanmaken van hanteerbare logboeken enzovoort.

Sensibilisering van alle betrokkenen en overleg met en vorming van beheerders en gebruikers zijn van essentieel belang. Zo kunnen beheerders geïnformeerd worden over de wetgeving en de verplichte periodieke controles. Gebruikers (leiding, leden, vrijwilligers) moeten gewezen worden op een aantal essentiële zaken bij het gebruik van de lokalen, zoals het opslaan van gevaarlijke producten, het vrijmaken en -houden van nooduitgangen, enzovoort.


Wat als er al heel wat inspanningen zijn gedaan rond brandveiligheid?

Tijdens de laatste drie planperioden heeft de Vlaamse overheid heel wat extra stimulansen gegeven om de infrastructuur van jeugdverenigingen te verbeteren: eerst via het jeugdruimteplan en later met de prioriteit jeugdwerkinfrastructuur. Daardoor zijn in Vlaanderen ongetwijfeld al heel wat inspanningen geleverd om de brandveiligheid van verenigingslokalen te verhogen. Misschien zijn er zelfs gemeenten die op dat vlak nauwelijks of geen ingrepen meer kunnen uitvoeren.

Om ook die gemeenten te laten genieten van de extra middelen in het kader van de jeugdwerkprioriteit, zijn in het uitvoeringsbesluit twee uitzonderingsmaatregelen opgenomen.

  1. Een gemeentebestuur dat nog wel ingrepen kan uitvoeren op het vlak van brandveiligheid, maar bij aanvang al weet dat het jaarlijks onvoldoende uitgaven zal kunnen bewijzen, kan in het jeugdbeleidsplan 2011-2013 al aangeven hoe de overige middelen zullen worden besteed. Die middelen moeten worden ingezet voor een zelf gekozen prioriteit binnen het hoofdstuk jeugdwerkbeleid.

  2. Een gemeentebestuur kan ook motiveren dat er helemaal geen ingrepen meer nodig zijn op het vlak van brandveiligheid. Het kan dan het geheel van de voorbehouden middelen inzetten voor een zelf gekozen prioriteit binnen het hoofdstuk jeugdwerkbeleid.

In beide gevallen moet de gedeeltelijke of volledige keuze voor (een) andere prioriteit(en) uiteraard voldoende worden gemotiveerd en toegelicht in het jeugdbeleidsplan 2011-2013.

Om de subsidiabele uitgaven voor de andere prioriteit(en) te bepalen, geldt in beide gevallen de definitie uit het decreet (artikel 9, §1, 1° en 2°):

  • de werkingskosten van plaatselijke en intergemeentelijke jeugdwerkinitiatieven
  • de kosten voor de bouw, verbouwing, de verwerving of het onderhoud van jeugdwerkinfrastructuur, voor zover ze langdurig en in hoofdzaak wordt gebruikt voor de werking van particuliere jeugdwerkinitiatieven


Moeten de uitgaven elk jaar verantwoord worden?

De jaarlijkse verantwoording van de aanwending van de extra middelen is vervangen door een driejaarlijkse verantwoordingsplicht. Zo kunnen binnen deze prioriteit ook projecten in aanmerking komen die over een langere termijn lopen. Die versoepeling geldt niet alleen voor de prioriteit brandveiligheid, maar ook voor de zelfgekozen anderen prioriteit(en). Pas op het eind van de planperiode, in de verantwoordingsnota over het laatste jaar (2013), moet het gemeentebestuur aantonen dat er voldoende kosten werden gemaakt, dat de vooropgestelde doelstellingen werden uitgevoerd en dat de ontvangen subsidie volledig werd aangewend.

Dat is uiteraard geen verplichting, er mag nog steeds jaarlijks een verantwoording worden ingediend. Ook de bepaling over de gevolgen in geval van onvoldoende subsidiabele uitgaven blijft gelden. Dan kan het saldo worden beperkt of kunnen eventueel te veel uitbetaalde subsidies worden teruggevorderd.


Waar kun je terecht voor bijkomende informatie?

Op de volgende websites vind je nog heel wat meer informatie, voorbeelden en concrete tips over (de prioriteit) brandveiligheid:

  • www.jeugdbeleidsplan.be: website van het Steunpunt Jeugd, in samenwerking met tal van jeugdwerkorganisaties. De website biedt heel wat informatie over de opstelling van het jeugdbeleidsplan 2011-2013, de prioriteiten jeugdcultuur en brandveiligheid en ook over andere relevante thema’s. Je vindt er zeker heel wat inspiratie.

  • Brochure 'Jeugdlokalen en brandveiligheid' van het Steunpunt Jeugd: biedt praktische tips en aanbevelingen om de risico’s op brand zo veel mogelijk te beperken. Je vindt ze op www.jeugdlokalen.be. Ook andere brochures en informatie over het verwerven, financieren en (veilig en efficiënt) onderhouden van jeugdlokalen, zijn daar beschikbaar.

  • 'Checklist brandveilige jeugdlokalen': controlelijst waarmee de brandveiligheid van jeugdlokalen kan worden getoetst de prioritair aan te pakken punten kunnen worden bepaald. Je vindt de checklist eveneens op www.jeugdlokalen.be.

Ook jouw dossierbehandelaar op de afdeling Jeugd is uiteraard steeds bereid om telefonisch of via e-mail bijkomende informatie en verduidelijking te geven